Tagarchief: Stedelijk Museum Amsterdam

Honger naar kunst

Verbazingwekkend hoeveel mensen er op kunst afkomen. Neem de Documenta in Kassel: dit jaar waren er 860 000 bezoekers, 14 % meer dan de vorige keer. De Manifesta in Genk trok afgelopen zomer ook een record aantal mensen en het in afgelopen september geopende Stedelijk Museum in Amsterdam heeft nu al bijna het aantal bezoekers binnen waarop een heel jaar gerekend was. Je kan niet anders concluderen dan dat er een grote behoefte aan kunst is, misschien zelfs een honger naar kunst. In iedere stad staat museumbezoek nummer een op de lijst, zonder kunstmuseum telt een stad niet mee – liefst ontworpen door een wereldberoemd architect, hoe spectaculairder hoe beter. Wat trekt al die mensen naar de kunst? Om te beginnen stel ik mijzelf die vraag. Waarom wil ik zo graag naar de Documenta, naar de Biënnale  naar het Stedelijk en zo meer? Ik denk uit nieuwsgierigheid: waar komen de kunstenaars mee, waarom de keuze voor bepaalde kunstenaars en andere niet? Maar ook altijd de hoop op iets wat ik nog nooit eerder heb gezien, iets dat mij zal verrassen, iets dat ik nooit eerder heb meegemaakt.

Zoals bij de installatie van Pierre Huyghe op de afgelopen Documenta, een mysterieus braakland, twee uitgemergelde honden, een liggend naakt met een zoemende bijenkorf als hoofd.

Zonder titel, Pierre Huyghe, Documenta 2012

Ik stelde de vraag ook aan bekenden en dit waren zo’n beetje de antwoorden: om op de hoogte te blijven van wat kunstenaars tegenwoordig maken en waarom ze worden uitgekozen; omdat kunst een speciale manier is om te kijken hoe het nu met ons gaat, als cultuur of samenleving; omdat je soms ontroerd wordt, vaak verrast, soms teleurgesteld, met andere woorden, er gebeurt iets met je; omdat je weer wordt uitgedaagd vat te krijgen op iets wat niet in woorden te vangen is.

Vele filosofen hebben in de loop der tijd geprobeerd antwoord te geven op de vraag wat kunst voor ons betekent. Plato ging ooit uit van het idee dat kunst slechts een afspiegeling is van een ideale wereld; volgens Wittgenstein, vermaard om zijn taalfilosofie, behoort de kunst tot het gebied waar geen woorden voor zijn, het onzegbare; voor de pessimist Schopenhauer was kunst het enige lichtpuntje in een tragische wereld; voor weer andere filosofen is kunst onder andere een middel om de wereld te kunnen begrijpen (verstehen), in tegenstelling tot de exacte wetenschappen die de wereld voor ons verklaren (erklären).

Voor hersenonderzoeker Dick Swaab is het duidelijk. Zijn conclusie is dat onze hersenen bij het ervaren van mooie kunst de stof dopamine afgeven, waardoor wij een fijn gevoel krijgen. Niks geen filosofenpraat, het is gewoon vanwege het effect van dat chemische stofje, dat we zo graag op kunstbezoek gaan.

Kennelijk werkt mijn dopamine-afgifte op volle toeren bij het zien van de Rozenvingerige dageraad van Willem de Kooning in het Stedelijk, iedere keer weer.

Rosy Fingered Dawn at Louise Point - Willem de Kooning

Rosy Fingered Dawn at Louise Point, 1963,Willem de Kooning

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

De opgravingen van de toekomst

Het gebeurt al in onze tijd: een bloeiende stad die tot ruïne vervalt. Bij vervallen steden denk je eerder aan beroemde steden uit het verre verleden waar archeologen in de brandende hitte steen voor steen uitgraven, iedere potscherf koesteren, maar in Amerika hoef je alleen maar je fototoestel mee te nemen. Detroit, tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw een bruisende metropool, de vierde grote stad van Amerika, staat vol verlaten gebouwen, de prachtigste theaters, stations, kantoren, fabrieken, hele woonwijken, alsof de bezoekers en de bewoners inderhaast vertrokken zijn. In de praktijk van de tandarts staat alles nog klaar voor de volgende patiënt – maar de apparatuur is volkomen verouderd en vol spinrag.

Het gebeurde in minder dan tien jaar, toen de Fordfabrieken ophielden te bestaan. Alleen de allerarmsten zijn overgebleven, we hebben het kunnen zien in de documentaire Flint van Michael Moore uit 1989, over de gevolgen van de sluiting van General Motors. In veel meer Amerikaanse binnensteden is het verval zichtbaar, maar nog niet zo duidelijk als in Detroit. De fotografen Yves Marchand en Romain Meffre legden de verlaten gebouwen vast. Zo mooi dat het een esthetisch genoegen is om ernaar te kijken. In een hele mooie galerie.

http://www.marchandmeffre.com/detroit/

Galerie Fontana Fortuna, Keizersgracht 105, open do. t/m za 14-18 u, tot 30 juni.

De lege zalen van het Stedelijk zijn ook erg mooi.

Van buiten doet het denken aan de aankomsthal van een vliegveld.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Kunst in de stad: Amsterdam

Iedere dag kijk ik uit op een van de mooiste kunstwerken van Amsterdam, de Oude Kerk. De stenen die al naar gelang het uur van de dag, de weersgesteldheid, steeds anders kleuren, de sierlijke torens met gouden bollen die schitteren in de zon.

Het is al weer een tijd geleden dat er op het plein bij de kerk opeens een beeldje van een vrouwenborst lag te blinken. Cadeautje van een ‘onbekende’ kunstenaar. Het was een uitgekiende plek, onder een boom, in de eerste zonnestralen. De overbuurvrouw klaagde dat ‘het zo’n lawaai gaf als er mensen overheen liepen’ en het beeldje werd door de gemeente naar een onooglijke plek verhuisd: onder een lantaarnpaal, pal naast een fietsenrek. Soms ligt er een fiets overheen. De stad is haar kunst niet waard.

Zo stierf ook het bijzondere project van Steve McQueen (Londen, 1969) in het Vondelpark, Blues before Sunrise, een voortijdige dood, omdat ‘fietsers (zonder licht) op elkaar zouden kunnen botsen’. Ook staat mij nog levendig voor de geest hoe de wethouder van cultuur, Carolien Gehrels, in 2006 met duidelijk genoegen een baksteen door de glazen Nieuwe Vleugel van het Stedelijk gooide. Weg ermee, niet meer van deze tijd, het idee dat passanten zomaar in het museum konden binnenkijken. In plaats daarvan nu een buitenproportionele badkuip van vele miljoenen tegen de achtergevel. Komt de toegankelijke beeldentuin achter het Stedelijk eigenlijk nog terug?

Om niet helemaal in mineur te blijven, hier nog twee van mijn favorieten in de stad. De ‘onbekende’ kunstenaar maakte ook het zagertje op de tak van een grote plataan in het Leidse Bosje. Zijn voeten zijn in de loop van de tijd vergroeid met de tak waar hij op staat.

Van dezelfde kunstenaar is verder de man met de vioolkist aan de Marnixstraat ter hoogte van de Bloemgracht, en het hoofd dat in de hal van het Muziektheater uit de vloer omhoog rijst. Verderop in het Kleine Gartmanplantsoen kruipen veertig bronzen hagedissen in het plantsoen rond. Ze heten Blauwe Jannen, naar een reuzenhagedis uit de zeventiende eeuwse dieren- en vogelverzameling van een zekere Jan Westerhof, die te bezichtigen was in zijn herberg aan de Kloveniersburg 87-89. Daar werden soms ook opvallende mensen tentoongesteld. In 1764 was er een Indiaan te zien, “Een Wilde, Sychnecta genaamt, van de Mohawk uyt Noord-America.” De maker van de bronzen hagedissen, Hans van Houwelingen (Harlingen 1957), bedacht ook een doorkijkgat, waaruit een paar hagedissen omhoog lijken te kruipen. Het is een verwijzing naar de Lijnbaansgracht die onder het wegdek en het plantsoen doorloopt.

Te vinden op Internet:

www.mariangoodman.com/artists/steve-mcqueen/

www.hansvanhouwelingen.nl/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie