Grote beelden

Over de evolutie van standbeelden

Bij het woord ‘standbeeld’ denk je toch gauw aan een groot stenen of bronzen beeld van een personage op een hoge sokkel in een park of op een plein. Om te zien wie het voorstelt moet je omhoog kijken en meestal is het een persoon naar wie de mensen ook geacht werden op te kijken. Eeuwenlang werden beelden van belangrijke personages op die manier neergezet in de openbare ruimte, hoog op hun sokkels, uittorenend boven het gewone volk. 

Vergeleken met andere landen was Nederland altijd vrij karig met het plaatsen van dat soort standbeelden.* Zo bleef het aantal standbeelden van voormalige helden die door een andere visie op de geschiedenis later als misdadigers werden beschouwd, ook relatief klein. In andere landen werden dergelijke standbeelden met veel geweld van hun sokkels getrokken, maar hier werden ze (na veel discussie) voorzien van een plaquette met een beschrijving van de gepleegde wandaden.

Een van de laatste standbeelden van een beroemd personage op een hoge sokkel werd in 1955 in Wolvega geplaatst.

Peter Stuyvesant, 1955, brons, Jentsje Popma (1921-2022), Wolvega

Standbeelden op hoge sokkels waren vanaf de jaren vijftig voornamelijk symbolisch bedoeld, zoals dat van de Dokwerker, symbool van verzet in de Tweede Wereldoorlog. 

De Dokwerker, 1952, brons, Mari Andriessen (1897-1979), Jonas Daniël Meijerplein, Amsterdam

Met de groeiende naoorlogse welvaart groeide ook het zelfbewustzijn in de samenleving. Vooral dat van de jonge generatie, die geen boodschap meer had aan de oude machtsstructuren. De democratisering van de samenleving was in volle gang, met een hoofdrol voor de ‘gewone mens’. Dankzij de economische bloei was de overheid gul met opdrachten voor kunstwerken ter verfraaiing van de openbare ruimte. Er kwam een ander genre standbeelden: van anonieme maar herkenbare types uit het dagelijks leven, zoals werklieden, vissers, spelende kinderen (vaak bij een school of in een park), vrouwen met kind, echtparen (vaak bij een gemeentehuis). Meest op halfhoge of lage sokkels of ook op de grond, dichtbij en aanraakbaar. 

Spelende Kinderen, 1958, brons, Gerda Rubinstein (1931-2022) Oosterpark, Amsterdam

In de loop van de tijd werden de standbeelden groter en groter, tot levensgroot. Ze stonden niet altijd meer op een afgebakende plek, maar ook op het trottoir, gewoon tussen de voorbijgangers. Zo levensecht dat je ze in het halfdonker voor levende standbeelden zou kunnen aanzien, die  je dan onverhoeds een rinkelend geldbakje onder je neus houden. Van buurtbewoners krijgen ze wel eens een sjaal om hun nek of een tennisracket onder hun arm.

Figuur op straat (deel van Drie figuren op straat), 2001, brons, Peter Erftemeijer (Hoorn, 1956), van Limburg Stirumstraat, Amsterdam

Bij de ingang van de nieuwe rechtbank in Amsterdam-Zuid staat sinds een paar jaar een reusachtig beeld, groter dan levensgroot. Het is een gebogen figuur met een nestje in de hand waarin een uil, een pijl en een eikel, symbolen van wijsheid, volharding en bescherming. Afgezien van de afmetingen is het een herkenbaar beeld van een hedendaags jong iemand, in dagelijkse sportkleding. De reuzenfiguur maakt een uitnodigend gebaar naar de ingang van de rechtbank, en wie weet, verbreekt de verbazing over dit beeld de spanning waarmee de meeste mensen naar binnen gaan.

 
Love or Generosity, 2020, torso brons, trainingsbroek roestvrij staal, schoenen marmercomposiet, Nicole Eisenman (Verdun, 1965), rechtbank Parnassusweg 280, Amsterdam

Op het stationsplein voor Rotterdam Centraal staat ook een reuzenstandbeeld. Deze keer van een jonge zwarte vrouw, bijna vier meter hoog. Met haar handen in de zak kijkt ze stoer over iedereen heen. Om haar heen, ter hoogte van haar heupen, staan er altijd wel een paar mensen die met haar op de foto willen. Het is het type jonge vrouw dat je zo op straat, of in de tram tegen zou kunnen komen. Vaak in een groepje, druk pratend en lachend.

Moments Contained, 2023, brons, Thomas J. Price (Londen, 1981), Stationsplein Rotterdam Centraal

Wat mij betreft zijn deze reusachtige figuren een ode aan een nieuwe, zelfbewuste generatie. In het dagelijks leven kijk ik regelmatig op tegen jonge mensen, vooral in de tram, waar ze ver boven mij uitsteken. 

Mijn grote favoriet van uitvergrote mensentypes blijft voor mij de Feestelijke Beeldenreeks van Guillaume Bijl, bij de drie entrees van de RAI langs het Europaplein in Amsterdam.

Vrolijk en fijn ongewoon.

Feestelijke Beeldenreeks, 2014, geschilderd aluminium, Guillaume Bijl
(Antwerpen 1946 – Wilrijk 2025), RAI Europaplein, Amsterdam

*Thomas von der Dunk in het Historisch Nieuwsblad d.d. 9 februari 2024

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Le Havre, stad van mooi beton

Nu, met de dagelijkse berichten over de nietsontziende verwoestingen door Israël in Gaza en Libanon, moet ik denken aan Le Havre, waar wij deze zomer waren. Ook Le Havre werd ooit plat gebombardeerd omdat zich nog vijandelijke troepen in de stad zouden bevinden – die zich toen al grotendeels hadden teruggetrokken, zo bleek later. Bij het bombardement op Le Havre door de geallieerden in 1944, vlak na D-day, kwamen naar schatting 5000 burgers om. Dat heet collateral damage, ja jammer maar helaas, alles voor het goede doel. Dat was toen, en het gebeurt nu nog steeds…

Vóór de tweede wereldoorlog was Le Havre na Marseille de grootste havenstad van Frankrijk. Van daaruit vertrokken grote luxueuze oceaanstomers naar New York. Nog altijd is er vraag naar de art-deco posters van het vlaggenschip uit die tijd, de Normandie.

Tegenwoordig is Le Havre de grootste containerhaven van Frankrijk.

reisposter uit 1935 van A.M. Cassandre (1901-1968)

Na de oorlog moesten er voor de plusminus 80 000 mensen die dakloos waren in recordtempo woningen en voorzieningen komen. De architect Auguste Perret (1874-1954) met ervaring in het gebruik van geprefabriceerde elementen in gewapend beton, waarmee snel en goedkoop gebouwd kon worden, kreeg de leiding over de herbouw van de stad. Perret was al bekend vanwege zijn gebouwen van gewapend beton in Parijs, waaronder het art-deco Théâtre des Champs-Élysées, het Palais d’Iéna, het Mobilier National in de voormalige tuinen van de Manufacture des Gobelins. Als je in Parijs bent kan je die gebouwen natuurlijk stuk voor stuk gaan bekijken, maar in de collectie van het Cité de l’Architecture et du Patrimoine in het Palais de Chaillot (Place du Trocadéro), staan ze allemaal als model bij elkaar, samen met nog meer beroemde en bekende gebouwen. Vanaf het terras tussen de twee gebouwen van het Palais Chaillot heb je daar ook nog eens het mooiste uitzicht op de Eiffeltoren. 

De opbouw van een bijna totaal nieuw Le Havre duurde van 1946 tot 1964. Het is een mooi geheel geworden, met brede boulevards waarlangs rijen flatgebouwen met doorlopende balkons en arcades. Bij de term betonbouw denk je al gauw aan saaie en grauwe flatblokken, maar door het beton van Perret, dat hij liet vermengen met marmerpoeder, schelpen en vermalen baksteen, kregen de muren van zijn gebouwen een zachtroze tint; sommige lijken zelfs wel van wit marmer. De klassieke zuilen en kroonlijsten die Perret als reliëf op de strakke wanden liet aanbrengen geven cachet aan de flatgebouwen: kijk, dit zijn in geen geval uit grond gestampte woonblokken. 

Zijn ontwerp voor de nieuwe stad noemde Perret een Gesammt Kunstwerk, en dat is het ook.

foto: avontuurlijkwandelen.nl/Le Havre Werelderfgoed

Ter herinnering aan de slachtoffers van de geallieerde bombardementen ontwierp Perret de St. Joseph kerk, eveneens van zijn geliefde materiaal gewapend beton. Van buitenaf ziet de kerk er weinig toegankelijk uit, maar eenmaal binnen is het een en al flonkering en schittering door de ontelbare kleine glas- en-loodramen tot boven in de hoge toren.

exterieur St Josephkerk, gebouwd tussen 1951 en 1956 naar ontwerp van Auguste Perret
interieur toren St. Josephkerk

Vreemd en spectaculair zijn de twee ‘vulkanen’ van Oscar Niemeyer (de hoofdontwerper van Brasilia, de nieuwe hoofdstad van Brazilië, die net als het nieuwe Le Havre in één keer werd gebouwd). In de kleine vulkaan bevindt zich de bibliotheek, in de grote vulkaan kan je naar de schouwburg.

Les Vulcans (1982), Oscar Niemeyer (1907 – 2012), met op de achtergrond de St. Josephkerk

Na de wederopbouw werd de stad gaandeweg verrijkt met kunstwerken. Een van mijn favorieten is het smalle huisje van Erwin Wurm, een benauwde woning waar je letterlijk je kont niet kan keren, als zinnebeeld van benauwd en burgerlijk wonen.

Narrow House (2010) van Erwin Wurm (1954)

Aan het uitgestrekte plein tegenover het park met het kleine huisje verrijst het gigantische stadhuis. Het heeft wel iets weg van een afgedwaalde oceaanstomer uit vroeger tijden.

Le Havre, stadhuis

De meningen over le Havre zijn nogal verdeeld. In 2005 werd le Havre opgenomen door de UNESCO als Werelderfgoed, vanwege de moderniteit en de eenheid van zijn architectuur, maar in 2021 werd de stad uitgeroepen tot lelijkste stad van Frankrijk, nu juist vanwege zijn ‘trieste’ en ‘desolate’ gebouwen. Het is een kwestie van smaak. Toch is dat niet helemaal waar. Die smaak kan ook veranderen als je de moeite neemt om anders te kijken.

In 1872 schilderde Claude Monet de haven van Le Havre bij zonsopgang. Hij noemde het schilderij Impression, soleil levant. Een criticus die het op een tentoonstelling zag, vond het maar niks. Volgens hem was het inderdaad niet meer dan een impression, een impressie, een kladje. Impressionism werd daarna de geuzennaam voor de nieuwe stijl van schilderen, waarin kunstenaars een sfeer, een moment, wilden weergeven. Net als in het nieuwe medium van die tijd, de fotografie.

In de loop van de tijd werd het werk van die impressionistische schilders miljoenen waard en hangen reproducties van hun schilderijen in de vorm van posters, kaarten, verjaardagskalenders, aan de wanden van miljoenen huiskamers, slaapkamers en w.c’s.

Afbeelding Impression, soleil levant, 1872 van Claude Monet (1840-1926), Musée Marmottan, Parijs

4 reacties

Opgeslagen onder Geen categorie

Tadao Ando

Natuur, licht en schaduw in de architectuur van Tadeo Ando

Een tijdje geleden las ik dat het het Kröller-Müller museum (Hoge Veluwe) ondergronds wil  uitbreiden. Daarbij viel de naam van de Japanse architect Tadao Ando (Osaka, 1941), vooral vanwege zijn in een heuvel gebouwde Chichu Art Museum op het Japanse eiland Naoshima. Dat eiland vol kunst, met nog twee door Tadao Ando ontworpen musea, was voor ons een van de hoogtepunten van onze Japanreis. 

Chichu musem vanuit de lucht
Chichu Art Museum vanuit de lucht. Foto: avauntmagazine.com/chichu-art-museum

Het Chichu Art Museum was een belevenis. Om te beginnen wandel je langs de route naar het museum door een bloementuin met een vijver vol waterlelies, alvast een voorproefje van de vijf Monets in het museum. Daarna een eind de heuvel op – met een prachtig uitzicht op de Seto binnenzee met puntige vulkaan eilandjes –  tot aan een open betonnen ruimte, waar je afdaalt naar een veld groene planten. Vandaar loop je door een lange schemerdonkere gang in de heuvel naar de entree van het museum, midden in de heuvel.    

Het museum heeft alleen daglicht, dat binnenkomt door boven in de ruimtes aangebrachte lichtkoepels en door een glazen wand met uitzicht op het landschap en de zee. In het zachte onbestemde daglicht van de stille zalen verlies je al gauw je gevoel voor tijd. De drie zalen in het museum bevatten permanente totaalkunstwerken: de waterlelie panelen van Monet, de grote installatie Time/Timeless/No Time van Walter de Maria, en lichtinstallaties van James Turrell. De wetenschap dat deze kunstwerken hier altijd zullen blijven versterkt het idee van tijdloosheid nog eens.

Ik hoop dat Tadao Ando de uitbreiding van het Kröller-Müller gaat doen. Dan wordt het vast iets heel bijzonders – zonder buitenissig spektakel.

Walter de Maria. Chichu art. Foto: trip.com Naoshima

Tadao Ando is een groot bewonderaar van Le Corbusier. Net als hij werkt Ando graag met beton, maar het door Ando toegepaste beton is veel gladder, marmerachtig haast en voelt bijna aan als een zachte huid. Evenals bij Le Corbusier speelt bij Ando de afwisseling van licht en schaduw een grote rol. Specifiek voor Ando’s architectuur is de integratie van natuurlijke elementen zoals water en groen, en de uitzichten op natuurlijke landschappen.

Licht en schaduw in het Chichu Art Museum. Foto: Marjolijn van Riemsdijk

In de loop van de tijd ontwierp Tadao Ando vele woonhuizen, kerken en tempels in Japan. De materialen voor zijn sobere woningen en gebouwen bestaan voornamelijk uit hout, steen en beton en de laatste tijd werkt hij ook meer met glas. Gaandeweg kreeg Ando ook steeds meer opdrachten uit andere delen van de wereld.

Tadeo Ando is ook de architect van de in 2021 zeer geslaagde verbouwing van de Parijse graanbeurs uit de achttiende eeuw, de Bourse de Commerce, voor de gigantische kunstcollectie van de Franse zakenman François Pinault. Voor een een interessant gedetailleerd verslag over de verbouwing en de kunstcollectie in de Bourse zie paris-fvdv.blogspot.com, Pinault collection, ‘ouverture’.

Vue de l’exposition d’Urs Fischer © Bourse du Commerce – Pinault Collection

Werk van Tadao Ando is ook te zien op het uitgestrekte landgoed van Château la Coste in de buurt van Aix-en Provence. De eigenaar nodigde een aantal architecten en kunstenaars uit om speciaal voor zijn terrein werk te maken. Het door water omgeven toegangspaviljoen werd door Ando ontworpen. Het lange smalle lichtvenster bovenlangs de gang naar de entree is een duidelijke verwijzing naar de lichtspleten die Le Corbusier aanbracht langs de bovenkant van de muren in zijn gebouwen.

the cafe cum visitor centre, art space and chapel. foto: theartpilgrim.org © Maya Binkin 2017
The cafe cum visitor centre, art space and chapel. foto: theartpilgrim.org © Maya Binkin 2017

Op het uitgestrekte terrein met werk van kunstenaars en architecten onder wie Louise Bourgeois, Calder, Sean Scully, Jenny Holzer, Andy Goldsworthy, Sophie Calle, Ai Weiwei, Frank Gehry, Renzo Piano, staat ook een ‘origami bank’ van Ando, een soort bushokje, met daarboven een uit dezelfde vorm ‘geknipte’overkapping met een driehoekige uitsparing, waardoor je een driehoekig stukje stukje lucht ziet dat weer als een vage lichtvlek terugkeert op de bank. Hier blijf je graag zitten, ook al zal er nooit een bus komen.

Origami bench, Tandeo Ando. Foto: Cultuurtoerist.nl

zie ook: Chateau la Coste

Benesse Art Site Naoshima

2 reacties

Opgeslagen onder Geen categorie