Tagarchief: Stedelijk Museum Amsterdam

De fotoschilderijen van Jeff Wall

Op de bovenetage van het Stedelijk stralen ze je tegemoet, de grote lichtbakken van Jeff Wall. Het lijken wel lichtreclames, met herkenbare beelden van realistisch ogende taferelen, maar dan zonder tekst. Zoals het beeld van een groep jongeren bij de ingang van een of ander gebouw, ze zijn nonchalant slordig gekleed, een van de meisjes draagt goudkleurige pumps, op de wit oplichtende zijkant van de luifel de prijsaanduiding voor een stuk pizza. Een weinig spectaculair beeld, in het dagelijks leven zou je er zo aan voorbij lopen. Bij nadere inspectie is de voorstelling toch minder realistisch dan je eerst dacht. De jongeren voor de zogenaamde nachtclub lijken niet speciaal gekleed voor een avondje uit en het lijkt wel of ze al urenlang in dezelfde pose staan, met een opgeheven voet voor de volgende stap die nooit komt. Het is een onwerkelijke werkelijkheid. Dat maakt dat je blijft kijken,  je wil weten waar de voorstelling eigenlijk over gaat, wat is de bedoeling? Intrigerend en irritant tegelijk. Dat effect hebben bijna alle voorstellingen van Jeff Wall: duidelijk herkenbare beelden en toch vreemd. Is er wel een bedoeling? Misschien moet je die zelf maar bedenken.

In Front of a Nightclub, Jeff Wall, 2006, transparency in lightbox, 2260x3608x300, courtesy the artist

In Front of a Nightclub, Jeff Wall, 2006, transparency in lightbox, 2260x3608x300 mm, courtesy the artist

Alle fotobeelden van Wall zijn zorgvuldig overdacht en bewust in scène gezet. Daarover zei hij eens dat hij net als in oude schilderstradities de alledaagse werkelijkheid in beeld wil brengen, maar nu door voorstellingen met moderne technieken te componeren. Die bouwt hij dan beeld voor beeld op na het maken van talloze voorstudies. Voor hem heeft ieder klein gebaar een betekenis die in film- en reclamemedia weggevallen is door het het gebruik van standaardgebaren; daarom fotografeert hij alles in uitsnedes die hij daarna weer vergroot. Zo is het mogelijk om die schijnbaar onbelangrijke, kleine gebaren en uitdrukkingen te tonen, die volgens hem juist zo essentieel zijn voor de weergave van de alledaagse werkelijkheid.

view from an apartment, Jeff Wall, 2004-5, 1670 x 2440 mm

view from an apartment, Jeff Wall, 2004-5, 1670 x 2440 mm

Jeff Wall is ook kunsthistoricus, en met die wetenschap is het ook een sport om in zijn werk naar verwijzingen te zoeken. Dan kijk je toch weer anders. Misschien zie je dan in het interieur van een flat met twee vrouwen en uitzicht op een haven een hedendaagse versie van een interieur van Pieter de Hooch.  Bij het perfect uitgelichte beeld van een vlekkerig vaatdoekje ( Just washed, 2007), zo’n onooglijk ding waar je gewoonlijk geen enkele aandacht aan besteedt, laat staan dat je het speciaal gaat fotograferen, moest ik ook denken aan Manet met zijn voorliefde voor het afbeelden van doodgewone dingen uit het dagelijks leven. Voor veel van zijn tijdgenoten was dat te min en ook onbegrijpelijk. Maar Manets oude gerimpelde citroen hangt nu wel in een museum, evenals  het vaatdoekje van Wall.

Le Citron, Eduard Manet, 1880, musée d'Orsay

Le Citron, Eduard Manet, 1880, musée d’Orsay

Bij het beeld van een nietszeggend stukje straat,  wat gras, een hek, een steen op het trottoir,  een electriciteitspaal, in het onbestemde licht van de vroege ochtend, de lantaarns zijn nog niet uit, voel ik de leegte van de dag die nog moet beginnen. Daar hoef ik verder niets bij te bedenken, dat kan ook.

Stedelijk Museum Amsterdam: Jeff Wall: Tableaux Pictures Photographs, 1996-2013, 1 maart tot 3 augustus 2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Via de kunst naar een betere wereld

Je kan het je haast niet meer voorstellen, het geloof dat kunst de wereld kan verbeteren. Begin vorige eeuw waren kunstenaars daar wel van overtuigd: met nieuwe vormen van kunst zou er een nieuwe mens ontstaan in een andere, een betere wereld. De oude wereld werd bestookt met strijdlustige manifesten en pamfletten. Zo schreef Malevich: “Gij wereldvernieuwers, voorziet uw voeten snel van meerwielige locomotieven en haast u vervuld van vuur naar ons…Gij wereldvernieuwers, vliegt in uw vliegtuigen. Ons vuur zal u het signaal om te landen geven. Schreeuwt in duizenden klanken over de radio in onze oren…” Moderne uitvindingen als auto’s, vliegtuigen, hoorden bij een nieuwe wereld evenals totaal andere kunstuitingen. Alles moest anders, weg met het oude, zoals verzinnebeeld in de opera De overwinning op de zon uit 1913, met decors en kostuums van Malevich. Daarin moet de zon als symbool van de oude (kapitalistische) wereld verdwijnen, bestaat de taal slechts uit klanken en ritmes en is de aankleding zuiver abstract. Die jaren, waarin de eerste wereldoorlog ontbrandde, de Russische revolutie losbarstte, Malevich in St. Petersburg zijn objectloze Zwarte Vierkant toonde en Tatlin zijn objecten van gips en ijzerdraad, toen Malevich en Tatlin elkaar in de haren vlogen over hun suprematische c.q. constructivistische opvattingen, waar in de kunst niets meer mocht verwijzen naar oude vormen en ideeën, toen er heftig gediscussieerd werd over de functie van kunst in de nieuwe (communistische) samenleving, kunstenaars zich beschouwden als de voorhoede van een revolutie op het gebied van de kunsten, dat moet toch een onvergelijkbaar spannende en opwindende periode geweest zijn.

Kasimir Malevich, Aeroplane Flying, 1915,  (dated on  reverse 1914) olie op doek, MoMa New York

Kasimir Malevich, Aeroplane Flying, 1915, (dated on reverse 1914) olie op doek, MoMa New York

Op de tentoonstelling over Malevich in het Stedelijk Museum is daar niet veel van te merken. Helaas. Het is een keurig overzicht van zijn oeuvre, van pointilisme tot suprematisme en terug naar realisme, schetsboekbladen met ‘de punaisegaatjes er nog in’, tijdgenoten, een nabootsing van het zaaltje waar het Zwarte Vierkant voor het eerst te zien was, maar het spreekt allemaal niet erg tot de verbeelding. Terwijl het gaat over verbeelding! Er springt alleen een vonkje over bij de film van een reconstructie van De overwinning op de zon. Daarop is te zien hoe in futurische kleding gehulde personages zich op grote wielen voortbewegen – zo rijden toeristen tegenwoordig op Segways door de stad.

[Victory] over the sun - worker

[Victory] over the sun – worker

[Victory] over the sun - vijand

[Victory] over the sun – vijand

Segway Citytour Zurich - 2013

Segway Citytour Zurich – 2013

 De tentoonstelling Utopia, visies op een nieuwe wereld in De Lakenhal in Leiden bestrijkt ongeveer dezelfde tijd, maar wat een verschil. Hierin wordt echt duidelijk hoe enthousiast en vol overgave kunstenaars zich stortten op nieuwe vormen van expressie en hoe dat doorwerkte op alle mogelijke gebieden: behalve in de beeldende kunst ook in dans, film, architectuur, typografie, meubilair, gebruiksvoorwerpen. De tentoonstelling is een waar Gesamtkunstwerk, waarin alle aspecten van die periode van grote veranderingen aan de orde komen. Het gaat over de twee grote stromingen van die tijd, het Expressionisme en het Constructivisme; beide stromingen stonden een ‘nieuwe mens’ voor ogen. Expressionistische kunstenaars streefden naar een volledig geestelijke ontplooiing van de mens, waarbij verbondenheid met de natuur een grote rol speelde, constructivistische kunstenaars propageerden een nieuwe wereld waarin de techniek de natuur heeft overwonnen en de mensheid gelijkelijk profiteert van de verworvenheden. Er is veel te zien, ook onverwachte zaken. Zoals foto’s en een filmpje over de typisch expressionistische Ausdrucktanz, waarin luchtig geklede of zelfs naakte dansers  zich met geëxalteerde gebaren uitleven op een bergweide. Het doet nu wat lachwekkend aan, maar hiermee werd wel de basis gelegd voor de moderne dans. Ook de filmindustrie heeft veel baat gehad bij de ideeën uit het Expressionisme. Decors werden toegepast om de gemoedstoestand van de personages te benadrukken, bijvoorbeeld de sfeer van dreiging die uitgaat van een hoge scherp gerande muur of een gang die steeds nauwer wordt.  Wij zijn er allang aan gewend, maar toen was het nieuw. Wat jammer dat het ontwerp van architect Wijdeveld voor een Groot Volkstheater in het Vondelpark nooit werd uitgevoerd. Dan hadden we door de vulva de baarmoeder van de kunst kunnen betreden.

Volkstheater (1919-1920) H. Th. Wijdeveld, collectie NAICentrale boulevard met groot volkstheater – Bron: archief H. Th. Wijdeveld, collectie NAi (1919-1920)

Centrale boulevard met groot volkstheater – Bron: archief H. Th. Wijdeveld, collectie NAi (1919-1920)

In de constructivistische kunst en ontwerpen wezen schuine lijnen naar de toekomst, naar een tijd waarin de technologie alles mogelijk zou maken. Datzelfde gold voor geometrische vormen, die stonden voor het nieuwe, die iedere associatie met ‘oude’ kunst, die van de elite, teniet zouden doen. Ook waren deze vernieuwende vormen in meubels en gebruiksvoorwerpen door hun eenvoud geschikt voor industriële productie, dus bereikbaar voor iedereen. Maar zoals het meestal gaat toonden de gewone mensen, het volk, voor wie het bedoeld was, weinig belangstelling voor welk avant-gardistisch ontwerp dan ook. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw vonden de ideeën afkomstig uit de Russische avant-garde, veel weerklank bij de Nederlandse Stijlgroep. Volgens de oprichter Theo van Doesburg was er een nieuw bewustzijn ontstaan , dat zich richtte op het universele en niet meer op het individu. De nieuwe ideeën werden ook toegepast in kinderspeelgoed: als kinderen van jongs af aan zouden spelen met verantwoord speelgoed zouden zij later als vanzelfsprekend bijdragen aan de beoogde nieuwe samenleving. In de architectuur werkt het constructivistische ideaal van openheid en transparantie in de vorm van strakke woningen met veel glas tot op heden nog steeds door.

ADO Poppenkamer, ontwerp Ko Verzuu, uitvoering ADO werkplaatsen Berg en Bosch Apeldoorn, 1926-1932, Particuliere collectie

ADO Poppenkamer, ontwerp Ko Verzuu, uitvoering ADO werkplaatsen Berg en Bosch Apeldoorn, 1926-1932, Particuliere collectie

Tentoonstelling Kazimir Malevich en de Russische Avant-garde, Stedelijk Museum Amsterdam, tot 2 februari 2014

Tentoonstelling Utopia, 1900-1940, visies op een nieuwe wereld, De Lakenhal, Leiden, tot 6 januari 2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Nieuw voor oud

Er is al veel over geschreven, gezegd, en ik doe het nog een keer: het Rijksmuseum is prachtig geworden. Het weerzien met het joodse bruidje was een feest. Tegen de donkere achterwand komt het rood van haar jurk, het beroemde zachte licht op de handen en gezichten, beter uit dan ooit. Verder was het fijn dwalen door de vernieuwde zalen. Ook hoef je niet meer zoals vroeger eindeloos te zoeken naar de minutieus ingerichte poppenhuizen. Eén minpunt, de zolderverdieping twintigste eeuw. Ogenschijnlijk lukraak bij elkaar gezochte zaken, zoals een ameublement van Michiel de Klerk, het beeld van een Javaan in kleermakerszit, een concentratiekampjas uit Mauthausen, een Philips reclamefilm van Joris Ivens, een vliegtuig, Het laatste avondmaal van Marlene Dumas, en zo meer. Wat moeten we daarmee?

Het Joodse bruidje, Rembrandt van Rijn, omstreeks 1667

Het Joodse bruidje, Rembrandt van Rijn, omstreeks 1667

Die badkuip aan het oude Stedelijk, het blijft een vreemd aanhangsel. Maar daar binnen is het ook fijn ronddwalen langs oude bekenden en  veel onbekenden, die er misschien altijd al waren maar nu pas tevoorschijn gehaald. Een grote verrassing, de opstelling van de afdeling toegepaste kunst. Niet alleen de overbekende ontwerpen van Rietveld, Gispen, Friso Kramer, maar ook sieraden, scheerapparaten, serviezen, vazen als kunstwerken, van alles, tot en met nu. Als je nog meer wil zien trek je gewoon een la open. Dat geldt ook voor affiches en ander drukwerk.

Stedelijk Museum, beeld van het oorspronkelijke gebouw van A.W. Weissman, 1895 en het nieuwe gebouw ontworpen door Benthem Crouwel Architects. Foto John Lewis Marshall.

Stedelijk Museum, beeld van het oorspronkelijke gebouw van A.W. Weissman, 1895 en het nieuwe gebouw ontworpen door Benthem Crouwel Architects. Foto John Lewis Marshall.

Vitrines op de afdeling Design, Stedelijk Museum. Foto Gilian Schrofer

Vitrines op de afdeling Design, Stedelijk Museum. Foto Gilian Schrofer

De video’s van Aernout Mik beneden in de kelder moet je beslist gaan zien. Het zijn er heel veel, en al duren ze lang, blijf kijken, vooral naar die van het proces tegen een namaak Berlusconi, de handbagage controle op een vliegveld, schietoefeningen in een Oost Europees land (Servië?). De gezichtsuitdrukkingen van de toeschouwers zijn ook de moeite waard. Als je weer buiten staat lijkt het straatbeeld zó uit een video van Mik afkomstig.

Het Gemeentemuseum van Berlage in Den Haag is en blijft mijn favoriet. Het ziet eruit of het nog vorige week werd opgeknapt. Wat een mooi gebouw, van buiten en van binnen. De verhoudingen, de kleuren, de sfeer. Op de galerij boven een sober eerbetoon aan Henk Peeters (1925-2013), een van de kunstenaars van de Nul-groep, die hij in 1961 oprichtte met Jan Schoonhoven, Jan Henderikse, Armando en Herman de Vries. Zij maakten ‘onpersoonlijke’ kunst van alledaagse materialen, zoals watten, veren, met water gevulde plastic boterhamzakjes, of tekenden en schilderden met rook en vuur. Boven de door Berlage ontworpen houten zitbank hangt een werk van Peeters. Een tere witte wolk tegen een ijle blauwe lucht. Van dichtbij zie je een stukje schapenwol op een blauw fond.

In de hal beneden kleurrijke muurschilderingen van Sol LeWitt (1928-2007). Van hem is ook de muurschildering Stairs and Stripes (1982) langs een van de trappenhuizen. Die werd in 1998 bij de renovatie van het museum botweg overgeschilderd, maar na vele protesten opnieuw aangebracht.

Hal Gemeentemuseum Den Haag, Sol LeWitt, foto Michel Morel

Hal Gemeentemuseum Den Haag, Sol LeWitt, foto Michel Morel

Trappenhuis Gemeentemuseum Den Haag, Sol LeWitt, foto Nicole Oranje

Trappenhuis Gemeentemuseum Den Haag, Sol LeWitt, foto Nicole Oranje

In Venetië houden ze het liever bij het oude. Op de Punta della Dogana moest het intrigerende beeld van de jongen met de kikker onlangs plaatsmaken voor een  kopie van een negentiende eeuwse straatlantaarn, ‘omdat die er vroeger ook al stond’.

Maar dan ook weg met de toeristen in korte broek, zou ik zeggen. Zo liepen de mensen er vroeger toch ook niet bij?

Jongen met Kikker, Charles Ray, 2009

Jongen met Kikker, Charles Ray, 2009

Jongen met kikker, neergehaald

Jongen met kikker, neergehaald

zie http://kunstvensters.com/2011/12/15/nul-is-meer-dan-nul over de Nulbeweging

zie http://vorige.nrc.nl/thema_archief_oud/nieuws_kunst/article1786876.ece: artikel over Sol LeWitt

http://www.artdaily.com/index.asp?int_sec=2&int_new=62452&b=venice#.UZpG4fHmh20, over Jongen met kikker

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie