Voor wie zijn galeries eigenlijk bedoeld?

Om te weten wat er zoal aan hedendaagse kunst wordt aangeboden, bezoek ik wel eens een galerie. Toch, voordat het zover is, moet ik elke keer weer een flinke dosis tegenzin overwinnen. Waarom?

Meestal gaat het zó: eerst moet je bij de galerie aanbellen, gewoon binnenlopen is er niet bij. Je vraagt je af of ze wel open zijn, of het wel kan. Ja, je mag naar binnen. Vervolgens sta je in een grote witte ruimte, overal en altijd die kille witte ruimtes, het is doodstil, vaak ben je de enige bezoeker. De persoon die open deed  zit alweer achter de computer. Je loopt stilletjes langs de kunstwerken, de vloer kraakt een beetje, als dat maar niet stoort. Je zou best wat meer van de kunstwerken willen weten, soms ligt er een lijst met titels en prijzen van de kunstwerken, de namen van de kunstenaars, soms ook niets. Als je durft spreek je de persoon achter de computer aan, die heel aardig en bereidwillig blijkt te zijn, maar zegt niet veel van de kunstenaars weten. Je krijgt een blad met titels en prijzen van de kunstwerken, namen van de kunstenaars.

Ik wil maar zeggen, galeriebezoek is niet altijd makkelijk. Ik vraag me af voor wie galeries eigenlijk bedoeld zijn. Niet voor iemand als ik, iemand die puur uit belangstelling komt kijken, denk ik. Voor wie dan wel? Vrienden en kennissen van de kunstenaars en galeriehouder? Voor kapitaalkrachtige kunstkopers?

Onder de titel Nieuw Amsterdams Peil tonen verschillende galeries op het ogenblik werk van een groep dezelfde kunstenaars, bijeengebracht en opgesteld door een speciale curator. Een goed initiatief leek mij, zo krijg je een breder overzicht van het werk van een paar kunstenaars tegelijk en wie weet is het allemaal wat publieksvriendelijker dan anders. De deelnemende galeries zijn ook vaker open, van dinsdag tot en met zondag. Met vlaggen en pijlen in de straat zie je waar je moet zijn en in sommige galeries kan je zomaar binnenlopen. Er zijn nogal wat video’s, onder andere van Pauline Oltheten, over gewone mensen op straat, een vrouw op een Grieks eiland die de stoep aanveegt, een paar vluchtelingen slenteren voorbij, een dikke man doet oefeningen aan de leuning van een bank waarop in grote krasletters het woord Kapitalism, straatbeelden die voorbij komen alsof je zelf ergens op een bankje zit te kijken, of de video Practicing Foreign Languages van Dina Danish, over een vrouw die letterlijk woorden uitspuugt en over galeriebezoekers die commentaar krijgen alsof het gaat om een voetbalwedstrijd (erg grappig), foto’s van het originele manuscript van Das Kapital dat op een veiling een kapitaal moet opbrengen (de foto’s zelf kosten € 20.000, ex VAT 10%), zijn geestig. Maar dan, het merendeel van de kunstwerken behoeft echt meer informatie dan alleen de titel, de naam van de kunstenaar en de prijs. Wat is bijvoorbeeld de bedoeling van het gedeeltelijk schuin afgesneden boek Ulysses (Dora Garcia, Ulysses, 2009, € 1200 ex VAT 21%)? Of de prints van een serie schaduwhanden (Antonis Pittas, Shadows for Construction #1, € 2000)? Een doorgezaagd zeilschip, een pick-up met een grammofoonplaat? En zo meer. Of is iedereen op de hoogte behalve ik? Waarom niet meer uitleg, waarom niet iemand die iets komt vertellen voor deze speciale gelegenheid? Jammer.

Bij Fons Welters een mooie installatie van grote kleurige doeken waar je doorheen moet zigzaggen. Hier zegt de titel Impenetrable (Europe) wel genoeg.

Impenetrable, 2013, Otto Berchem

Impenetrable, 2013, Otto Berchem

Nieuw Amsterdams Peil – Where Do We Go From Here, tot 25 februari 2017

De deelnemende galeries. Klik op de naam voor de website.

Annet Gelink Gallery, Laurierstraat 189, Amsterdam

Ellen de Bruijne Projects, Rozengracht 207 A, Amsterdam

Gallery Stigter van Doesburg, Elandstraat 90, Amsterdam

Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam

tegenboschvanvreden, Bloemstraat 57, Amsterdam

Martin van Zomeren, Hazenstraat 20, Amsterdam

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Een weerloze pop en dode machines

Een pop bungelend aan kettingen, voortgesleurd over de grond, zijn blauwe ogen die je hulpeloos aankijken. Nu en dan doet hij ze dicht, alsof het hem te veel wordt. Zijn slappe ledematen zien er geblutst uit. Met oorverdovend geraas vallen de kettingen op de grond, en dan wordt de pop weer willoos omhooggetrokken. Keiharde muziek, Percy Sledge met ‘When a Man Loves a Woman’.  Ik krijg medelijden met de pop. Een machteloos, weerloos wezen, overgeleverd aan anoniem machinegeweld. Tegelijkertijd voel ik ook een aversie tegen die slachtofferpop, met zijn starre grijns op dat onnozele stripfiguurhoofd. Heel verwarrend.

Het is recent werk van Jordan Wolfson (1980) afkomstig uit New York. In een paar jaar tijd kreeg hij grote bekendheid met zijn werk waarin hij put uit de reclame industrie, populaire cultuur en internet. Verderop is in een met wit tapijt beklede zaal een video te zien, waarop een rood bloedlichaampje zweeft over de beelden van zomerse mensen op straat, een strakke meubeltoonzaal, Jordan Wolfson zelf als plagerige punker in het Luxembourg in Parijs. Wat je ervan moet denken? Geen idee. Het is grappig maar ook onheilspellend.

Na het kabaal van de installatie van Jordan Wolfson is het erg stil in de zalen met honderden machines van Jean Tinguely (1925-1991). Heel even hoor je ergens wat piepen, knarsen en dan is het weer doodstil. Al die machines samengesteld van oud ijzer, stukken hout, ijzerdraad, fietsbellen, alles van de schroothoop, ooit maakten ze een geweldige herrie, maar dat is allang verleden tijd. Ze staan er bij als skeletten, opgedolven uit het kerkhof van de jaren zestig. De filmpjes over de tentoonstellingen Bewogen Beweging uit 1961 en Dylaby uit 1962 in het Stedelijk Museum doen verlangen naar die tijd toen bezoekers kunstwerken zelf mochten aanraken en in beweging zetten, het was een keet van jewelste, en iedereen had het reuze naar zijn zin. De tentoonstelling van nu is kunsthistorisch volkomen verantwoord, maar dodelijk saai. Jammer van de machines van Tinguely, die vooral bedoeld waren als kritiek op een keurig geordende maatschappij. Nu staan ze daar, netjes onderhouden en gecatalogiseerd. Groepen scholieren lopen rond met vragenlijsten over de tentoonstelling. Hebben ze enig idee van de vrolijke gekte van die tijd?

Jean Tinguely, Gismo, 1960, coll. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Gert Jan van Rooij

Jean Tinguely, Gismo, 1960, coll. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Gert Jan van Rooij

Het werk van Tinguely is de herinnering aan een speelse wereld, een tijdperk van optimisme, de wereld kon alleen maar beter worden, maar het is duidelijk verleden tijd; het werk van Wolfson laat geweld zien, en dreiging vermomd als luchthartigheid, helemaal van deze tijd. Bedoeld of onbedoeld, vullen de twee tentoonstellingen elkaar erg goed aan.

Jordan Wolfson, Manic/Love/Truth/Love, Stedelijk Museum Amsterdam
Part 1: MANIC / LOVE – Nov 27, 2016 – Jan 29, 2017
Part 2: TRUTH / LOVE – Feb 18, 2017 – April 23, 2017

Jean Tinguely, Machinespektakel, Stedelijk Museum Amsterdam, tot 8 januari 2017

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

De ervaring van de Spiral Jetty

Iedereen die zich heeft verdiept in de geschiedenis van de moderne kunst kent ongetwijfeld de afbeelding van Robert Smithson’s Spiral Jetty uit 1970. Het is een van de iconen uit de moderne kunstgeschiedenis, het eerste grote project van een nieuwe kunstvorm, Land Art: kunst die deel uitmaakt van een landschap, samengesteld uit materiaal afkomstig van datzelfde landschap. De Spiral Jetty bevindt zich in het Great Salt Lake, in de staat Utah, V.S. Andere bekende Land Art projecten zijn onder andere de paden en cirkels van Richard Long in verre buitengebieden en De Groene Kathedraal van Marinus Boezem in de Flevopolder.

Robert Smithson, Spiral Jetty, 1970. © Holt-Smithson Foundation/Licensed by VAGA, New York. Photo: George Steinmetz

Spiral Jetty bij oplevering in 1970. © Holt-Smithson Foundation/Licensed by VAGA, New York. Photo: George Steinmetz.

Spiral Jetty, 1970, Robert Smithson. Foto 2016

Spiral Jetty in september 2016.

Gobi Desert Circle Mongolie, 1996, Richard Long

Gobi Desert Circle Mongolie, 1996, Richard Long.

De Groene Kathedraal (1978-1996), Marinus Boezem. Foto De Paviljoens, Almere.

De Groene Kathedraal (1978-1996), Marinus Boezem. Foto De Paviljoens, Almere.

Van alle Land Art projecten spreekt de Spiral Jetty wel het meest tot de verbeelding. Het is gelegen in een immens zoutmeer tussen oud vulkanisch gebergte, in een onherbergzaam kaal gebied, slechts bereikbaar over onverharde grindwegen. Wie zich aanmeldt voor informatie over de te volgen route krijgt een hele serie waarschuwingen mee, zoals zorg voor voldoende water, controleer de banden van de auto, er is geen mobiel bereik onderweg, je komt geen mens tegen, en tenslotte, als het kunstwerk onder water ligt is er niets te zien. Het maakt de tocht extra spannend. Zeker als je ook het verhaal over de kunstenaar kent, zijn zoektocht naar een van de meest afgelegen plekken die hij kon vinden, ver weg van de witte steriele galeries en kunstscene in de stad; hoe hij ervan overtuigd was dat hij op die plaats juist dát werk moest maken, werk waar niemand om vroeg, en waar gezien de moeilijk bereikbare plek haast niemand heen zou gaan. Hoe hij een paar jaar later is omgekomen, toen zijn vliegtuigje neerstortte bij zijn zoektocht naar een plek voor een volgend kunstwerk. Alles voor de kunst, een bezeten kunstenaar, voorbijgaand aan het nut of het belang van zijn schepping, het prototype van de romantische kunstenaar.

Onderweg naar het kunstwerk is de verwachting hoog gespannen. Naar wat eigenlijk? We hopen op een bijzondere ervaring, iets dat ons laat uitstijgen boven ons gewone doen. Iets wat we niet kunnen benoemen, want anders was het al gekend.

Na een lange rit wordt de grote witte vlakte van het zoutmeer zichtbaar. Er hangt een waas overheen, zachtrose, overgaand in een teer lichtblauw, in de verte de versluierde contouren van donkere bergen. Het is een sprookjesachtig gezicht. Zo onverwacht mooi dat ik onwillekeurig een uitroep slaak. Even verderop, voorbij een uitstekende landpunt ligt de Spiral Jetty, het kunstwerk waar het allemaal om ging. Bij de eerste aanblik reageren we teleurgesteld. Wat is het klein, dit minuscule zwarte teken in de uitgestrektheid van de witte vlakte. Wat bezielde de kunstenaar, om juist hier, in deze grootse, oeroude omgeving, zijn eigen kleine menselijke afdruk achter te willen laten? Wat een moeite allemaal, de tocht hierheen, de machines die ooit nodig waren om tonnen zand en grote brokken basalt te verplaatsen. Toch, hoe langer we blijven, hoe anders we gaan kijken. Gaandeweg verandert het kunstwerk in een sierlijke zwarte penseelstreek op een gigantisch wit vlak, waarboven pastelkleurige tinten tegen een donkere achtergrond, het is één groot schilderij. Het is indrukwekkend. Wij zijn opgenomen in het schilderij, twee nietige figuurtjes op een rotspunt.

NB. Marinus Boezem exposeert van 24 november 2016 t/m 26 maart 2017 in de Oude Kerk, Amsterdam

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie