Kunst aan de Ruhr

Ooit was het een gebied waar je over de Autobahn zo snel mogelijk langs sjeesde – lekker hard, want dat mag in Duitsland. Het Ruhrgebied, synoniem met rokende schoorstenen, vervuilde lucht, zware industrie, wie ging er voor zijn plezier naar het grootste industriegebied van West-Europa? Maar in de jaren tachtig gingen de mijnen dicht, hield de ijzer- en staalindustrie op te bestaan, en werden de fabrieken, schachten, kolenwasserijen, gashouders en hoogovens gepromoveerd tot industrieel erfgoed. Ze werden verbouwd tot musea, theaters, concertzalen en horecagelegenheden, ijsbanen en zwembaden. De Zollverein bij Essen, eens de grootste steenkoolmijn van Europa, kreeg in 2001 de titel ‘werelderfgoed’ en geldt tegenwoordig als ‘de mooiste kolenmijn ter wereld’. Dat hadden de mijnwerkers van toen toch nooit kunnen bedenken. In een van de in Bauhausstijl opgetrokken gebouwen is nu het Red Dot Design Museum gevestigd, waar wij een hele middag zoet waren met het bekijken van alle mogelijke zaken ten gerieve van de mens: bestek, douchekoppen, auto’s, sportkleding, meubilair, keukeninrichting, lampen, vibrators, laptops, scalpels, badkuipen en zo meer.  Allemaal over nagedacht. De voormalige kolenwasserij daarnaast werd door Rem Koolhaas en Heinrich Böll (nee, niet de schrijver) getransformeerd tot museum van de geschiedenis van de industrie.

Wie weet, over nog geen tien jaar behoort misschien in heel Europa de industrie tot de geschiedenis. Behalve de toeristenindustrie dan, die bloeit als nooit tevoren. Tegen die tijd reizen we wat af, van het ene industriële erfgoed naar het andere, steeds mooier, steeds groter.

Op de grote afvalbergen van de mijnen en industrieterreinen rondom Essen worden landschapsparken aangelegd. Er zijn al paden, uitkijkpunten, hier en daar een kunstwerk, maar het geheel doet eerder denken aan een toendra, met mossen en lage begroeiing. Vanaf de bergen een weids uitzicht over het hele gebied. Laaghangende bewolking, rookslierten uit fabrieksschoorstenen en koeltorens, overal van die monopoly-huisjes met rode en zwarte daken, het is een dicht bevolkt gebied, hier en daar stukjes bos en groen, dwars door alles heen drukke autowegen. Als een pareltje ligt midden in het gebied de Margarethenhöhe, een in 1909 speciaal voor de arbeiders van Krupp gebouwd tuindorp, met rustieke woningen en een grote marktplaats – nu een parkeerplaats.

Ik vraag me af wat er na de sluiting van de mijnen en hoogovens met de arbeiders is gebeurd. Dat moet dramatisch geweest zijn. Alleen al bij de Zollverein in Essen werkten 5000 mensen. Op oude foto’s stromen de arbeiders ’s morgens de fabriekspoort binnen. Gegroefde koppen, achterover gekamd haar.

In het plaatsje Unna, vijftig kilometer naar het oosten, werd een voormalige brouwerij omgevormd tot kunstcentrum. Dankzij de bevolking, die voor de kunst koos, in plaats van (weer) een winkelcentrum. In de nieuwbouw een druk bezochte bibliotheek, ruimtes voor fotografie, tekenen en schilderen, een café met hele aardige bediening. Maar de grootste attractie is het Zentrum für Internationale Lichtkunst in de gewelven van de oude brouwerij, waarvoor een aantal kunstenaars, niet de minsten, werd gevraagd een speciaal werk te maken. Zoals van James Turrell een rond gat in het plafond als een camera obscura, van Christian Boltanski een intrigerend schimmenspel van marionetten, stroboscopische regen van Olafur Eliasson, ‘het licht en ik’, een installatie van Jan van Munster, ronddwarrelende lichtletters als boodschappen in de ruimte van Mischa Kuball, in de oude gistbakken geometrische composities door middel van black light van Christina Kubisch.


In Essen staat het gloednieuwe Folkwangmuseum, met een prachtige collectie. Waaronder een hele zaal Gauguin, een zaal Blaue Reiter en Expressionisten. Als je van moderne kunst houdt is Duitsland gewoon een luilekkerland. Op twee à drie uur rijden van ons vandaan de mooiste musea, in Aken, Bottrop, Duisburg, Dortmund, Düsseldorf, Gelsenkirchen, Keulen, Neuss, Wuppertal.

Te vinden op Internet:

http://www.zollverein.de/index.html

http://www.erih.net/nl/welkom.html

http://www.lichtkunst-unna.de/

http://www.essen-margarethenhoehe.de/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Gefantaseerde stad

Wolkenkrabbers, het woord zegt het al, gebouwen die tot aan de wolken reiken. Wat een durf, en maar stapelen, als kinderen met een blokkentoren: “kijk eens hoe hoog ik kan”, op het gevaar af dat andere kinderen reuze zin krijgen het hele bouwsel omver te gooien – sinds 9/11 weten we maar al te goed dat zoiets niet alleen aan kinderen is voorbehouden. Een wonder dat het niet vaker gebeurt, de verleiding is groot. Al die fantastische wolkenkrabbers, in New York, Chicago, Singapore, Hongkong, Shanghai, Dubai, noem maar op, zinnebeelden van het grootkapitaal, prestigeobjecten van multinationals en banken, gewaagde ontwerpen van wereldberoemde architecten.

Tussen haakjes, elkaar de loef afsteken met torenhoge gebouwen is niet alleen van deze tijd. In de dertiende eeuw deden rijke families in het Toscaanse stadje San Gimignano niet anders. Daar kwam de hoogste toren tot 70 m. In het naburige Lucca werden eikenbomen op de torens neergezet om ze nog hoger te maken.

Stel dat het horrorscenario van een wereldwijde economische crisis bewaarheid wordt – zoals de voorspelde horrorwinter nu eindelijk is aangebroken – dan zullen al die kapitale gebouwen leeg komen te staan, langzaamaan af brokkelen en op den duur instorten. Zo ging het ooit met het Forum Romanum, de Acropolis, Persepolis, Babylon, zinnebeelden van vergane glorie.

Daarvan geeft Rik Smits (1982) in Galerie Ronmandos alvast een voorproefje. Op manshoge, minitueus uitgewerkte tekeningen verbeeldt hij gebieden vol lege gebouwen en wolkenkrabbers, onbeweeglijke auto’s op kaarsrechte wegen, een zeppelin in de lucht, geen mens te zien, het ziet er doods uit. Hier en daar is het verval al zichtbaar: gaten in een muur en als enig levend element opkomend onkruid.

Die toekomst is al zichtbaar in Amsterdam Z.O., een heel gebied met lege kantoorgebouwen. Voordat het verval daadwerkelijk intreedt zou het toch mooi zijn als daar kunstenaars en ander creatief volk introkken. Kunstenaarsstad Zuidoost, een utopie.

Op de tentoonstelling hangen ook afbeeldingen van maquettes van Constant (Nieuwenhuys, 1920-2005) van zijn grote project New Babylon, een stad van de nabije toekomst, waar de creativiteit van de mens tot volle wasdom zou komen, zou móeten komen, nu de tijd was aangebroken dat machines het meeste werk deden en de mens over meer vrije tijd beschikte dan ooit. Een stad waar de mens zou kunnen spelen en wonen naar eigen inzicht, zeggenschap zou hebben over zijn eigen leven. Het is er nooit van gekomen. Heel even misschien, in de jaren zestig, toen Amsterdam bruiste van de creativiteit en alles mogelijk leek. Die tijd is voorbij. De stad is allang niet meer van ons en iedereen is druk druk druk. Ondanks nog meer tijdsbesparende machines.


Het is wel ironisch dat uitgerekend op een van de meest onherbergzame plekken in Den Haag, bij het kille Centraal Station en ongenaakbare ministeriegebouwen, een complex met de naam New Babylon verrijst. Een torenflat met dure ‘residences’, ‘business centres’, ‘offices’ en ‘shopping malls’. Niks spelende mens. Alles voor de werkende en consumerende mens.

Simon Vinkenoog met Constant in gesprek over New Babylon (1962):
http://eeuwvandestad.nl/archives/285

Meer over New Babylon in Den Haag:
http://www.newbabylon.nl/

Rik Smits: Above the Clouds
Constant: New Babylon 1956-1974
tot 18 februari in Galerie Ron Mandos, Prinsengracht 282, Amsterdam
http://www.ronmandos.nl/exhibition/current
http://www.riksmits.net/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Het draaiend huis van John Körmeling

Een woonhuis op een verkeersrotonde, wie verzint zoiets? Type doorzonwoning, de naam zegt het al, zo’n huis waar je dwars doorheen kijkt. Maar in plaats van uitzicht op een aangeharkt tuintje met daarachter precies dezelfde woning met tuintje, rij na rij en ga zo maar verder, kijk je uit op langsrazend verkeer, om gek van te worden. Gelukkig maar dat er niemand hoeft te wonen.

Het huis staat op rails en draait in twintig uur eenmaal de rotonde rond; voor een automobilist die van niets weet en een paar uur later weer over de rotonde rijdt, moet het een verwarrend gezicht zijn: ‘Hè? Dat huis stond toch eerst tegenover het stoplicht rechts?’ De rotonde met het huis ligt in Tilburg, daar waar de Ringbaan West en de Ringbaan Noord samenkomen.

Aan de kant van de Hasselstraat staan stenen banken waarop je het eens goed kan bestuderen. Hoe langer je daar zit hoe meer je ook in de ban raakt van het verkeer dat op het stoplicht komt aanstormen, op het laatste moment met piepende remmen stopt en vervolgens met loeiende motor weer optrekt. Waar is het oude bermtoerisme toch gebleven? Toen ’s zondags bij mooi weer hele gezinnen, een tas vol boterhammen en chocomel, met de brommer op pad gingen, om dan ergens in het gras langs de kant van een drukke weg naar auto’s te kijken? Waarschijnlijk rijden de bermtoeristen van vroeger nu zelf over de weg.
Vlak langs de uitvalsweg staan rijen flats waar wel mensen wonen. Worden die dan niet gek van dat eeuwige verkeerslawaai? En al die andere mensen langs snelwegen, spoorbanen, overal waar de decibellen en de vuile lucht alle normen overschrijden? Als dat niet uitmaakt, is een huis op een rotonde misschien niet eens zo’n gek idee, heb je in ieder geval geen last van de buren.

Het draaiende huis op de rotonde is bedacht door architect/beeldend kunstenaar John Körmeling (1951). Hij bedacht meer onverwachte, originele en ook vernuftige zaken, zoals een plan voor snelwegen met aparte rijstroken voor verschillende snelheden en functies, een afspraak-uitkijkplateau voor reizigers op drukke metrostations; voor Panorama 2000 in Utrecht bouwde hij het Drive in Wheel: de auto in het reuzenrad, een wielklem om en dan omhoog. Een mooie oplossing voor het parkeerprobleem in de stad, jammer genoeg werd het na de tentoonstelling weer weggehaald. Op Schiphol staat in Lounge West zijn Hahahihi, in het stadspark Valkenberg in Breda een door hem ontworpen snackbar of  T-huis, met daarop in grote letters op het dak SLAGROOM SPAGHETTI KOFFIE WORST IJS – een misselijk makende combinatie vind ik zelf; op de boulevard in Scheveningen, even voorbij museum Beelden aan Zee, een werkplaats annex fietsenstalling van hem met opwekkende teksten als VERSE LUCHT FIETS SPAAK VRIEND. In al hun eenvoud hebben Körmelings associatieve woordschikkingen meer uitwerking dan het bombardement aan reclameteksten en -afbeeldingen waaraan we dagelijks blootstaan. Het baken NIEUW dat ik lang geleden zag bij kunstvereniging Diepenheim, is mij altijd bij gebleven. Onlangs werden de gekleurde neonbuizen vervangen en nu straalt het weer als nieuw.
Voor de wereldexpo in Shanghai in 2010 ontwierp Körmeling Happy Street, een straat in de vorm van een 8, het Chinese geluksgetal. De straat is zo goed bevallen dat hij voorlopig mag blijven.

http://www.johnkormeling.nl/

http://www.stroom.nl/nl/kor/project.php?pr_id=8493669

http://nl.wikipedia.org/wiki/John_Körmeling

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie