Ai Weiwei in Tilburg

Hij is mijn held. In China is het gevaarlijk om te zeggen wat je denkt, maar Ai Weiwei laat zich niet de mond snoeren. Bij zijn onderzoek naar de namen van de schoolkinderen die bij de aardbeving in Sichuan omkwamen – waarbij de slecht  gebouwde scholen als eersten instortten en het aantal dode kinderen niet bekend mocht worden – werd hij ’s nachts op zijn hotelkamer in Chengdu door de politie in elkaar geslagen. Daarna kreeg hij  een hersenbloeding waaraan hij met spoed geopereerd moest worden. Dat gebeurde in München, toen hij bezig was met zijn tentoonstelling So Sorry, over de omgekomen schoolkinderen. Aan de gevel van het museum hing hij 9000 schoolrugzakjes. Bij elkaar vormden ze in Chinese tekens de zin “ze heeft zeven jaar gelukkig in deze wereld geleefd”, een uitspraak van een van de moeders over haar overleden dochtertje. Die duizenden gekleurde rugzakjes bij elkaar, een ontroerend gezicht.
Ai Weiwei laat niet af. Op alle mogelijke manieren ageert hij tegen de corruptie en de verregaande beperking van meningsuiting in China, ook al is zijn blog geblokkeerd, staat hij onder huisarrest en werd zijn atelier in Beijing vernield. Ondertussen is hij een wereldberoemd kunstenaar, ontwierp hij met het Zwitserse architectenbureau Herzog & de Meuron het spectaculaire ‘vogelnest’ stadion in Beijing en werkt hij met 100 architecten aan de bouw van een stad in de Gobiwoestijn. Van hem en Herzog & de Meuron is ook het ontwerp voor het zomerpaviljoen 2012 van de Serpentine Gallery in Hyde Park.

De Chinese overheid heeft wel lef. Stel  je voor dat de Nederlandse regering iemand als Rem Koolhaas vanwege kritische opmerkingen verbiedt op reis te gaan, zijn kantoor vernietigt, beslag legt op zijn rekeningen…de wereld was te klein. Fijn land, China. Volgens Amnesty International wordt in China de doodstraf vaker toegepast dan elders, jaarlijks vinden meer dan 1000 executies plaats.

De beelden van Ai Weiwei vertellen veel over China. Op het eerste gezicht doen ze nogal simpel aan, maar als je je erin verdiept kom je achter meer betekenislagen. Zoals bij Sunflower Seeds, twee rechthoekige tapijten van 8 miljoen porseleinen steentjes in de vorm van zonnebloempitten. Die werden door een heel dorp stuk voor stuk met de hand beschilderd, maar in het grote geheel vallen de verschillen tussen de steentjes helemaal weg. Op het Plein van de Hemelse Vrede zien de met rode vlaggetjes zwaaiende Chinezen er toch ook allemaal hetzelfde uit? Zonnebloempitten waren ook het enige voedsel tijdens de grote hongersnood onder Mao, die zichzelf als de zon beschouwde en het Chinese volk als zonnebloemen, het gelaat naar de zon gewend; verder, porselein is een typisch Chinees product dat in grote hoeveelheden wordt geproduceerd en nagemaakt. De installatie Forever, een cirkel van 42 op verschillende manieren aan elkaar gelaste fietsen, doet denken aan de massa’s Chinezen op de fiets. De fietsen kunnen niet los van elkaar, anders stort het hele bouwsel ineen. En zo is er nog meer.

Ai Weiwei noemt zichzelf een conceptueel kunstenaar. Het idee is het belangrijkste zegt hij, daarna kan hij met de uitvoering nog alle kanten op. Zijn grote voorbeeld was Marcel Duchamp, met zijn opvatting dat alles kunst kan zijn, ook het meest banale. Joseph Beuys’ idee over kunst als sociale sculptuur, voor mensen en door mensen, vormde een van Ai Weiwei’s inspiratiebronnen voor het werk Fairytale tijdens de Documenta in 2007, toen hij 1001 Chinezen naar Kassel liet overkomen en hen plaats liet nemen op 1001 antieke Chinese stoelen. Een aantal Chinezen besloot daarna niet meer terug te gaan naar China.

In de Pont in Tilburg zijn niet alleen installaties van Ai Weiwei te zien, maar ook video’s van performances en interviews.

Ai Weiwei in de Pont tot en met 24 juni 2012.

Voor uitgebreide informatie over de tentoonstelling download de catalogus:
http://www.louisiana.dk/uk/Menu/Exhibitions/Past+exhibitions/Ai+Weiwei

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Berlijn, trefpunt van de geschiedenis

Er is bijna geen ontkomen aan. Straatnamen, plaatsen van herdenking, de lege plekken, de nazi’s, jodendeportaties, de oorlog, De Muur, er is zoveel wat herinnert aan de (verschrikkelijke) geschiedenis van de twintigste eeuw. Neem het gebouw van de Rijksdag, ooit de zetel van het grote Duitse Keizerrijk, na de capitulatie in 1918 podium van revolutie en kortstondige democratie; in 1933 de aangestoken brand en de machtsovername door de nazi’s; in 1945 staat de Russische vlag op het kapot geschoten gebouw. Volgde de scheiding tussen Oost- en West- Berlijn en vanaf 1961 vlak langs het halfhartig gerestaureerde lege gebouw De Muur. Na de Wende, de grote ommekeer, werd het onder leiding van de Britse architect Norman Foster volledig gerestaureerd en vernieuwd. Sinds 1999 zetelt hier weer het Duitse parlement. Ook heeft het nog even te kijk gestaan als een groot cadeau van inpakkunstenaar Christo. De Rijksdag, theater van de Duitse geschiedenis. Wij, het gewone volk, mogen de stralende glazen koepel betreden. De stad ligt aan onze voeten.

Christo en de Rijksdag, foto: Cor WijnEen heftige confrontatie is het Joodse Museum van de Amerikaanse architect Daniel Libeskind. Het strenge plaatstalen gebouw vormt zowel een bliksemschicht als een gebroken davidster. Daarbinnen drie gangen: de ene naar beneden, naar de lege, asgrauwe toren van de Holocaust. Hoog bovenin de toren een smalle lichtspleet. De schoorsteen van een crematorium? De tweede gang, van de Exil, loopt omhoog. Rechtdoor naar een blinde muur, linksaf naar een tuin, een doolhof met hoge muren. De derde gang, die van de Continuïteit, voert langs de geschiedenis van de joden in Duitsland.

Sinds de opening van het Joodse Museum staat Daniel Libeskind bekend als de ‘architect van het gedenken’. Het is dan ook niet zo vreemd dat hij de opdracht verwierf voor een gebouw ter herinnering aan 9/11 in New York. Freedom Towers heet zijn ontwerp. Dichterbij huis (voor ons dan) bevindt zich in de polder tussen Almere en Lelystad zijn Land Art Project Garden of Love and Fire uit 1997: drie smalle kanalen, een strook zwart grind met een sculptuur van aluminium wanden en een voetgangerspad. “De labyrintische aluminium sculptuur symboliseert de ontdekkingstocht tijdens het menselijk leven. Dwalen door dit abstracte en vereenvoudigde labyrint leidt tot een confrontatie met obstakels en momenten van benauwend onbehagen terwijl de volgende afslag weer open en vol mogelijkheden is”, zegt de folder van Museum de Paviljoens in Almere. Elke zondag in mei en juni 2012 organiseert dit museum de dagtocht Land Art in Flevoland, o.a. naar dit kunstwerk.

In de Neue Nationalgalerie, het laatste ontwerp van Mies van de Rohe – een van de grote aanvoerders van het modernistische bouwen, de bouwstijl die uiteindelijk zo veel dodelijk saaie woonblokken heeft opgeleverd – bekeken we de overzichtstentoonstelling Panorama van Gerhard Richter. Ook zijn werk is verbonden met de geschiedenis van Duitsland. In de jaren vijftig kreeg hij aan de kunstacademie in Dresden een opleiding als figuratief schilder in de sociaal-realistische stijl – de enig toegestane stijl in de voormalige DDR. Toen hij in 1959 tijdens de Documenta in Kassel voor het eerst kennis maakte met het werk van ‘action painter’ Jackson Pollock en de doorsneden doeken, de concetto spaziale, van Lucio Fontana, ging er een andere wereld voor hem open. Reden voor hem om in 1961, vlak voor de bouw van De Muur, uit de DDR naar West-Duitsland te vertrekken. Het bijzondere aan het werk van Richter is zijn semi-realistische stijl, meestal naar foto’s uit kranten en tijdschriften, met als resultaat vage kleuren- of zwartwit-afbeeldingen met een grijzig waas, als van onscherpe foto’s. Zoals de serie Oktober 18, 1977, vijftien ‘historie’ doeken naar aanleiding van de dood van drie leden van de RAF (Rote Armee Fraktion) in de Stuttgart-Stammheim gevangenis, ook een zwarte bladzijde in de Duitse geschiedenis. Deze serie hangt in de Alte Nationalgalerie. Daarnaast schildert Richter manshoge abstracte doeken, een feest van kleur. Gerhard Richter, Panorama, tot 13 Mei in de Neue Nationalgalerie.

Te vinden op Internet:

Norman Foster en de Rijksdag op: retro.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Rijksdag/architectuur.html

Judisches Museum Berlin: www.jmberlin.de/

Museum De Paviljoens, Odeonstraat 3, 1325 AL Almere, +31365450400

Gerhard Richter: www.gerhard-richter.com/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Kunst in de stad: Amsterdam

Iedere dag kijk ik uit op een van de mooiste kunstwerken van Amsterdam, de Oude Kerk. De stenen die al naar gelang het uur van de dag, de weersgesteldheid, steeds anders kleuren, de sierlijke torens met gouden bollen die schitteren in de zon.

Het is al weer een tijd geleden dat er op het plein bij de kerk opeens een beeldje van een vrouwenborst lag te blinken. Cadeautje van een ‘onbekende’ kunstenaar. Het was een uitgekiende plek, onder een boom, in de eerste zonnestralen. De overbuurvrouw klaagde dat ‘het zo’n lawaai gaf als er mensen overheen liepen’ en het beeldje werd door de gemeente naar een onooglijke plek verhuisd: onder een lantaarnpaal, pal naast een fietsenrek. Soms ligt er een fiets overheen. De stad is haar kunst niet waard.

Zo stierf ook het bijzondere project van Steve McQueen (Londen, 1969) in het Vondelpark, Blues before Sunrise, een voortijdige dood, omdat ‘fietsers (zonder licht) op elkaar zouden kunnen botsen’. Ook staat mij nog levendig voor de geest hoe de wethouder van cultuur, Carolien Gehrels, in 2006 met duidelijk genoegen een baksteen door de glazen Nieuwe Vleugel van het Stedelijk gooide. Weg ermee, niet meer van deze tijd, het idee dat passanten zomaar in het museum konden binnenkijken. In plaats daarvan nu een buitenproportionele badkuip van vele miljoenen tegen de achtergevel. Komt de toegankelijke beeldentuin achter het Stedelijk eigenlijk nog terug?

Om niet helemaal in mineur te blijven, hier nog twee van mijn favorieten in de stad. De ‘onbekende’ kunstenaar maakte ook het zagertje op de tak van een grote plataan in het Leidse Bosje. Zijn voeten zijn in de loop van de tijd vergroeid met de tak waar hij op staat.

Van dezelfde kunstenaar is verder de man met de vioolkist aan de Marnixstraat ter hoogte van de Bloemgracht, en het hoofd dat in de hal van het Muziektheater uit de vloer omhoog rijst. Verderop in het Kleine Gartmanplantsoen kruipen veertig bronzen hagedissen in het plantsoen rond. Ze heten Blauwe Jannen, naar een reuzenhagedis uit de zeventiende eeuwse dieren- en vogelverzameling van een zekere Jan Westerhof, die te bezichtigen was in zijn herberg aan de Kloveniersburg 87-89. Daar werden soms ook opvallende mensen tentoongesteld. In 1764 was er een Indiaan te zien, “Een Wilde, Sychnecta genaamt, van de Mohawk uyt Noord-America.” De maker van de bronzen hagedissen, Hans van Houwelingen (Harlingen 1957), bedacht ook een doorkijkgat, waaruit een paar hagedissen omhoog lijken te kruipen. Het is een verwijzing naar de Lijnbaansgracht die onder het wegdek en het plantsoen doorloopt.

Te vinden op Internet:

www.mariangoodman.com/artists/steve-mcqueen/

www.hansvanhouwelingen.nl/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie