Een indiaan in de Oude Kerk

Daar zit hij, alsof hij er altijd geweest is en nooit meer weg zal gaan. De indiaanse sjamaan, afkomstig uit een ver verleden, ouder dan de oudste kerk. Hij past wonderwel in de verstilde hoge ruimte van de kerk, bij de doden onder de afgesleten grafstenen vloer. Om hem heen en verderop in de kerk nog meer beelden, er is veel te zien, bijzonder en minder bijzonder, figuratief, conceptueel, van alles wat, het is eerlijk gezegd een beetje veel, maar wat wil je, het is een collectief en iedereen moet een kans krijgen. Daarbij, er moet huur betaald worden, dus hoe meer kunstenaars eraan bijdragen, hoe beter. Toch jammer, want de beelden waren zeker gebaat bij meer ruimte en minder van allerlei, volgens het principe less is more van de modernistische architect Mies van der Rohe. Iedereen kent het, weinigen durven het aan. Het is ook een gevaarlijk principe, want iets moet wel van hoge kwaliteit zijn, wil het zich in zijn eentje kunnen handhaven. De indiaan kan het hebben, maar hij krijgt de kans niet.

Sjamaan, Fardoe Keuning

Sjamaan, Fardoe Keuning

Verder, omdat een speciale belichting ontbreekt moeten de beelden het doen met het licht van buiten door de hoge kerkramen. Dat valt niet altijd mee, zeker niet op een van die dagen wanneer het licht grijzig en vaal naar binnen komt. Op een zonnige dag ziet alles er meteen beter uit, maar zoals bekend schijnt de zon niet altijd. Alleen voor het vrolijk gekleurde ruwhouten beeldje  Gebarentaal maakt de weersgesteldheid weinig uit.  In de nis links naast het grote orgel is goed te zien wat gericht licht met een sculptuur kan doen.  De kleuren spatten ervan af.

Gebarentaal, Carla Rump

Gebarentaal, Carla Rump

Leeg is de kerk eigenlijk op z’n mooist. Maar van mij mag de indiaan blijven en ook het statige beeld van Sint Nicolaas dat ooit in de kleine kapel naast de ingang stond moet terug! Het is verhuisd naar het ABN/Amrokantoor op de hoek van de Dam. Wat moet het daar? Tussen de plastic schotten en de bankbediendes in hun slecht zittende pakken? Voordat de beeldenstorm zijn werk deed heette de Oude Kerk de Sint Nicolaaskerk, gewijd aan de patroonheilige van de zeelieden. Drie verschillende votiefscheepjes boven het koor herinneren aan die tijd, toen zeelieden de zegen van hun heilige kwamen afsmeken voordat ze aan een lange en gevaarvolle reis begonnen.

In de Sebastiaanskapel hangen grote foto’s van Dorothee Bavinck. Qua formaat en tijdloze sfeer helemaal passend bij de kerk. Het onbevangen kindergezicht is mijn favoriet. Als je goed kijkt zie je in haar ogen wat zij zag toen de sluiter klikte.

Meisjesportret, Dorothee Bavinck

Meisjesportret, Dorothee Bavinck

Tentoonstelling Ingebed in beelden, Oude Kerk, Oudekerksplein Amsterdam, 17 maart t/m 14 april 2013, beeldhouwerscollectief ABK ledenexpositie

Tentoonstelling Zichtbaar afwezig, Oude Kerk, Oudekerksplein Amsterdam, 15 maart t/m 14 april 2013, Dorothee Bavinck

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Een aanwinst

Bijna ongemerkt heeft Amsterdam er het afgelopen jaar een mooi kunstcentrum (oftewel Arts Centre, in goed Nederlands) bij gekregen: De Appel, op de Prins Hendrikkade 142. Het interieur is gloednieuw, maar het gebouw heeft een rijke geschiedenis. In de Gouden Eeuw eigendom van een puissant rijke tabakshandelaar, vervolgens sociëteit voor zeevarenden, in de jaren dertig clubhuis voor de A.J.C., de Arbeiders Jeugd Centrale. In de jaren zestig, voor wie het nog weet, werd het Fantasio, dé plek voor de underground cultuur, waar jongeren zittend of liggend op Oosterse tapijtjes een stickie konden roken; daarna werd het Meditatiecentrum De Kosmos, met vegetarische keuken, theehuis met onvergetelijke worteltaart, sauna en vele alternatieve cursussen.

omslag tijdschrift van De Kosmos

omslag tijdschrift van De Kosmos

 Na het verdwijnen van De Kosmos huisde er tot voor kort het Nationaal Pop Instituut en het Nederlands Jazz Archief.

Voor de complete geschiedenis van het gebouw zie:
http://www.deappel.nl/dox/infopage_docs/29/de_vele_levens_van_prins_hendrikkade_142.pdf

Ook De Appel zelf kent een voorgeschiedenis, weliswaar niet zo lang, maar wel belangrijk. Van 1975 tot 1983 was het volgens de kunstenaar Thom Puckey (van de Lens Trees, links boven in de hoek van dit blog) ‘hét centrum voor de Europese performance, de plaats waar het allemaal gebeurde’. Bij een van die performances wisselde Marina Abramovic van rol met een raamprostituee, waarbij zij plaats nam achter het raam en de prostituee in het kunstcentrum op de Brouwersgracht.

Rolverwisseling I, foto: © Frank Uwe Laysiepen, Amsterdam

Rolverwisseling I, foto: © Frank Uwe Laysiepen, Amsterdam

In die periode waren er in De Appel meer nieuwe kunstuitingen te zien, zoals installaties, video’s en projecten, van onder anderen Lawrence Wiener, Nan Hoover, Madelon Hooykaas & Elsa Stanfield, Lydia Schouten. Opvallend veel vrouwelijke kunstenaars hielden zich toen bezig met deze nieuwe vormen van kunst. Misschien als gevolg van de tweede feministische golf, en omdat het vrijwel onontgonnen gebieden waren, nog niet door mannelijke kunstenaars geannexeerd.

Daarna zat De Appel jarenlang op de Nieuwe Spiegelgracht, van waaruit het jonge curatoren de wereld in stuurde.

In het nieuwe gebouw zagen wij een prachtige video van de Engelse kunstenares Zarina Bhimji. Beelden van desolate gebouwen met verstofte stapels paperassen, vervallen villa’s waar de wind doorheen blaast, nooit afgebouwde houten schepen aan een riviermonding onder een loodgrijze hemel, begeleid door flarden Indiase muziek, stemmen. Dit ging ook over geschiedenis, je kon je voorstellen hoe er in de nu lege ruimtes met muren vol scheuren eens gezinnen woonden, vol verwachting naar de toekomst. De video is tegelijkertijd een verslag van de reis van haar vader, die ooit uit Mumbai vertrok voor een betere toekomst in een ver land.

de Appel arts centre (Boys' School) - Zarina Bhimji, Yellow Patch, 2011.

Zarina Bhimji, Yellow Patch, 2011.
(beeld uit de 35mm film)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Kunst met een boodschap

Beelden van stoere arbeiders met de blik op de toekomst gericht, de boodschap is duidelijk. Zo duidelijk dat je er niet warm of koud van wordt, hoogstens nostalgisch, ach ja, dat was vroeger. Of het beeld van een brandende kaars achter prikkeldraad,  o ja, gauw wat geld overmaken aan Amnesty en dat is het dan. Omdat je de bedoeling direct begrijpt hoef je er niet verder over na te denken. Dat maakt kunst met een boodschap vaak zo saai. Het spannende van kunst is nu juist dat je verbeelding wordt aangesproken, het raadselachtige, dat wat niet precies in woorden te vangen is. Kunst is per definitie belangeloos, stelde Kant ooit, kunst wil slechts kunst zijn, zonder enig doel, waardoor je als toeschouwer in staat bent het kunstwerk ten volle beschouwen. Dat spreekt mij wel aan, zomaar kunst, waar je je onbelemmerd aan over kan geven.  Liever dan in een kader geperste kunst: naar een thema, een manifestatie, het zoveeljarig bestaan van het een of ander.

Er zijn uitzonderingen. Zoals het werk van de Australische kunstenaar Gordon Bennett. Hij wil wel degelijk een boodschap overbrengen, maar dat doet hij op zo’n manier dat je blijft nadenken en je afvragen waarom het werk je zo boeit.  Bennett laat zien hoe het is om als Aboriginal eigenlijk niet te mogen bestaan. In een performance op video slaat hij zichzelf met een grote zweep, het gaat door merg en been, in scherpe letters staan in rode verf op een zwart fond scheldwoorden voor Aboriginals gekerfd. Als weerwoord op het monopolie van de westerse cultuur  eigent hij zich overbekende beelden uit de westerse kunstgeschiedenis toe, die hij in intrigerende beelden verwerkt. Stripachtige figuren, gebaseerd op stereotiepe representaties van aboriginal kunst, klampen zich vast of willen zich bevrijden? uit een Mondriaanraster; het ontroerende beeld van een witte Narcissus, aangeraakt door zijn zwarte evenbeeld, zijn graffiti-achtige Notes to Basquiat als commentaar op identiteit en gebeurtenissen in de wereld. Er is ook abstract werk van hem te zien, bedoeld als een hommage aan een groot schilder als Frank Stella, maar ook aan de talloze in de westerse kunstwereld onbekende aboriginal kunstenaars. Alles bij elkaar een prachtige tentoonstelling. Ook Bennett is een groot schilder.

a Dingo Stole my Baby, Gordon Bennett, 1997

a Dingo Stole my Baby, Gordon Bennett, 1997

Outsider / Insider, the Art of Gordon Bennett, in het AAMU, Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst, Oudegracht 176, Utrecht, tot 6 januari volgend jaar.

zie www.aamu.nl

Boeiende kunstenaars met een boodschap zijn er ook in het Van Abbe in Eindhoven. Er is werk van Lissitzky, de visionaire kunstenaar met zijn geloof in de toekomst van de Sovjetmaatschappij. Met zijn abstracte ‘Prounen’ (‘ontwerpen voor de bekrachtiging van het nieuwe’) stelde hij zich voorwerpen en zelfs zwevende steden in de ruimte voor. In de nieuwe maatschappij zou alles mogelijk worden.  Het werk zou door machines worden overgenomen, de mensen zouden samenwonen in speciaal voor hen ontworpen ‘cellen’ met gemeenschappelijke voorzieningen, voor iedereen was een beter leven in de toekomst weggelegd.

Sla de witten met de rode wig, 1919/1920, El Lissitzky

Versla de Witten met de rode Wig, El Lissitzky,1919

Versla de Witten met de rode Wig, El Lissitzky,1919

Daarnaast levert het echtpaar Kabakov commentaar op de door Lissitzky gepropageerde heilstaat. Met mooie tekeningen, maquettes en installaties laten ze zien hoe de idealen van de ‘nieuwe maatschappij’ in de praktijk voor hen uitpakten. Zoals de installatie van een gemeenschappelijke keuken met drie wasbakken naast elkaar. Smerige pannen in de wasbakken, op de muur een briefje : “van wie zijn deze pannen?”  Een doos met zorgvuldig beschreven rotzooi verbeeldt de in stukken uiteen gevallen utopie. Tegenover het naar de hemel reikende Monument voor een leider, het ontwerp voor een spreekgestoelte voor Lenin van Lissitsky, staat  het Ontwerp voor een monument voor een tiran van de Kabakovs. De tiran staat verloren op de rand van een plateau, achter hem een hoge lege sokkel.

Na al die jaren is de vormentaal van Lissitsky, of El Lissitsky zoals hij zich graag noemde, nog even  fascinerend. Het is de boodschap al lang ontstegen. Het is de vraag hoe lang het werk van de Kabakovs stand zal houden. Misschien als tijdsbeeld, maar kunsthistorisch?

Tentoonstelling Radically Yours! Utopie en werkelijkheid, Lissitzky – Kabakov, tot 28 maart 2013.

Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie