Slechte gedachten in het Stedelijk

In de loop van de tijd verzamelde het echtpaar Martijn en Jeannette Sanders vele honderden kunstwerken. In het Stedelijk Museum in Amsterdam is nu een deel van hun verzameling te zien. Die beslaat de hele benedenverdieping. Als dit nog maar een deel is, hoe groot is hun hele verzameling dan wel niet? En wat heb je eraan als het meeste werk ergens staat opgeslagen en je het zelden of nooit ziet? Behalve dan dat het heel veel geld waard is, want tegenwoordig schijn je beter in kunst te kunnen beleggen dan in aandelen. En zo’n groot duister doek van Anselm Kiefer past toch ook niet echt in een zonnige huiskamer met strak design meubilair…maar dat zijn allemaal mijn eigen kleine afgunstige gedachten.

Anselm Kiefer, Wege der Weltweisheit: die Hermannsschlacht, 1977, collectie Sanders
Anselm Kiefer, Wege der Weltweisheit: die Hermannsschlacht, 1977, collectie Sanders

Alles bij elkaar is het een bijzondere tentoonstelling met heel divers werk van inmiddels nogal wat bekende en beroemde kunstenaars. Het is typisch een particuliere collectie, waarin de verzamelaars hun eigen smaak volgen, onafhankelijk van museale criteria als ‘past het in de collectie’ of ‘bij welke stroming kunnen we het onderbrengen?’, en dat maakt het zo prettig onverwacht. Ik ben blij met wat er zoal te zien is. Mijn grote favoriet is Anselm Kiefer, vooral vanwege zijn tekening van gele korenaren en het schilderij met een bundel stro Dein Goldenes Haar, Margarethe, gebaseerd op het aangrijpende Todesfuge uit 1945 van de Joods Roemeense dichter Paul Celan.

Dein Goldenes Haar, Margarethe, Anselm Kiefer,1981, olie en stro op doek, collectie Sanders

Dein Goldenes Haar, Margarethe, Anselm Kiefer,1981, olie en stro op doek, collectie Sanders

Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachts
wir trinken dich mittags de Tod is ein Meister aus Deutschland
wir trinken dich abends und morgens wir trinken und trinken
der Tod is ein Meister aus Deutschland sein Auge is blau
er trifft dich mit bleierner Kugel er trifft dich genau
ein Mann wohnt im Haus dein goldenes Haar Margarethe
er hetzt sein Rüden auf uns er schenkt uns ein Grab in der Luft
er spielt mit den Schlangen und träumet der Tod is ein Meister aus Deutschland
dein goldenes Haar Margarethe
dein aschenes Haar Sulamith

Ook Armando verwijst naar de oorlog, met zijn telkens terugkerend thema van ‘het schuldige landschap’: een foto, daarover heen een dunne kronkelige rode lijn, zo eenvoudig maar zo effectief.

 Schuldig landschap, Armando, collectie Sanders

Schuldig landschap, Armando, collectie Sanders

“Nou weet ik wel, er zijn bomen die scherven in hun buik hebben, dat weet ik wel, die zijn ook niet ongeschonden gebleven, maar ze zeggen niks, dat is het, ze zeggen niks. Dat is toch geen manier.” (uit Armando, De straat en het struikgewas, Amsterdam, 1988)

De titel van de tentoonstelling, Bad Thoughts, is afkomstig van een werk van Gilbert & George. Het zijn beroemde kunstenaars, maar wat ze maken zegt mij niet veel, daarvoor moet je misschien homo zijn of de helft van een tweeling. Ik vraag me altijd af waarom hun werk uit tegelplateau’s bestaat.

Rose Hole, 1980, Gilbert & George, collectie Sanders

Rose Hole, 1980, Gilbert & George, collectie Sanders

Een kleine zaal is speciaal gewijd aan Ger van Elk, die onlangs is overleden. Wat hij maakte is vooral speels, met veel grapjes, zó jaren zeventig. Die tijd is definitief voorbij, de ernst regeert. Wanneer je de treden oploopt bij de hoofdingang van het Stedelijk zie je op de ‘eremuur’ ook zijn schilderij C’est moi qui fait la musique uit 1973.

C'est moi qui fait la musique, 1973, Ger van Elk, geretoucheerde kleurenfoto, 60 x 120 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

C’est moi qui fait la musique, 1973, Ger van Elk, geretoucheerde kleurenfoto, 60 x 120 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Als je de tentoonstelling gaat bezoeken – wat je zeker moet doen – vergeet niet nog voor de ingang stil te staan bij de video Homeless Cat van David Claerbout. Daar is iets vreemds mee…

Waarom eigenlijk geen eigen permanente zaal in het Stedelijk voor de collectie Sanders? Met steeds wisselend werk, dat lijkt me wel wat. Op die manier heeft iedereen er wat aan.

Bad Thoughts, collectie Martijn en Jeannette Sanders, Stedelijk Museum Amsterdam, tot 9 november 2014.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

De Mont Sainte-Victoire

Het is de meest geschilderde berg uit de kunstgeschiedenis, dankzij Cézanne. Vanaf 1882 tot aan zijn dood in 1906 schilderde hij de Mont Sainte-Victoire op minstens zestig verschillende manieren. Aanvankelijk werkte hij in een impressionistische stijl met de nadruk op lichtval en atmosferische effecten, maar gaandeweg ging het hem steeds meer om de abstracte weergave van vormen en kleurvlakken.

Over zijn fascinatie voor de berg schreef hij in 1906 aan zijn zoon: ‘Hetzelfde onderwerp is voor mij zo belangwekkend en afwisselend, dat ik er geloof ik maandenlang mee bezig kan zijn op steeds dezelfde plek, door alleen wat meer naar rechts te buigen, of dan weer wat meer naar links…’ Vanuit deze obsessie ontwikkelde hij een nieuwe stijl van schilderen, die vervolgens door Picasso en Braque werd uitgewerkt tot een geheel nieuwe kunststroming: het kubisme.

Cézanne, La Montagne Saint-Victoire, collectie Barnes, 1885

Cézanne, La Montagne Saint-Victoire, collectie Barnes, 1885

Cézanne, Mont Sainte-Victoire , 1904

Cézanne, Mont Sainte-Victoire , 1904

Zoals dat gaat met kunstenaars die onbekende wegen inslaan, was er een tijd lang geen interesse voor het werk van Cézanne. Men was nog maar net gewend aan de impressionisten, en realistische schilders als Manet en Courbet met hun aanstoot gevende onderwerpen, en nu weer iets nieuws, wat stelde het eigenlijk voor…Via de vooraanstaande kunsthandelaar Ambroise Vollard in Parijs kwam het werk van Cézanne onder de aandacht van avant-gardistische kunstenaars. Matisse bewonderde vooral zijn kleurgebruik en voor Picasso vormde de manier waarop hij de zichtbare structuur van zijn onderwerp benadrukte een nieuwe inspiratiebron. Picasso noemde zichzelf graag ‘de artistieke zoon van Cézanne’. Jaren later kocht hij het kasteel Vauvenargues in de buurt van de Mont Sainte-Victoire, omdat hij naar eigen zeggen ‘fysiek bij de plek wilde zijn waar Cézanne had gewerkt’. Hij is daar nooit meer weggegaan. Zijn graf bevindt zich in de tuin van het kasteel.

Chateau Vauvenargues, foto M. van Riemsdijk, 2014

Chateau Vauvenargues, foto M. van Riemsdijk, 2014

Château Vauvenargues, foto M. van Riemsdijk, 2014

Château Vauvenargues, foto M. van Riemsdijk, 2014

Wij kenden de Mont Sainte-Victoire van ik weet niet hoeveel afbeeldingen en ‘in het echt’ van schilderijen. Gefascineerd door de fascinatie van Cézanne wilden wij deze berg nu eens met eigen ogen bekijken. Vlakbij Aix-en-Provence, op een plek waar Cézanne  vaak heeft gewerkt, keken we naar de scherpe contouren van de harde grijze berg afgetekend tegen de knalblauwe lucht van de Provence. We zagen de vlakken, de schaduwen, de veranderende lichtval bij het overtrekken van een wolk. De berg veranderde voortdurend van aanzicht. We verbeeldden ons dat we door de ogen van de kunstenaar keken. Dat is wat kunst vermag. Het was maar voor even, maar het was genoeg.

Mont Sainte-Victoire, foto Androo (Panoramio)

Mont Sainte-Victoire, foto Androo (Panoramio)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

De hoogtijdagen van de abstracte kunst

In het Cobra museum hangen ze allemaal: de drippings van Pollock, de zwarte vegen van Kline, de subtiele kleurvlakken van Rothko, de ruige collages van Burri. Het is een mooi weerzien. De grote abstracten uit de jaren vijftig, toen een sensatie, nu al sinds tijden bijgezet in de canon van de kunstgeschiedenis. Het is een feest der herkenning, maar ook gedateerd. Gewend als we zijn aan alle mogelijke soorten kunst, figuratief en non-figuratief, performances, installaties, video’s, kijken we er niet meer van op. Jammer  dat we niet meer met de ogen van toen nog eens de schok van het nieuwe kunnen ervaren. Zoals indertijd de bezoekers van het Stedelijk in Amsterdam – nog maar net bekomen van de wilde expressionistische schildertrant van Cobra – bij de eerste confrontatie met de enorme vorm- en structuurloze doeken van de Abstract Expressionisten, de Colourfield Painters en de Informelen. Het leidde tot heftige discussies. Voorstanders beschouwden het als echte avantgarde kunst, symbolisch voor de ultieme vrijheid van de kunstenaar om nieuwe wegen in te slaan, tegenstanders noemden het modieuze en nietszeggende kunstmakerij, een kwestie van ‘de nieuwe kleren van de keizer’. Alles bij elkaar was het te danken aan Willem Sandberg, de directeur van het Stedelijk, dat men toen in Nederland met de nieuwste ontwikkelingen op kunstgebied kennis kon maken. Daarna had het Stedelijk jarenlang een wereldnaam als museum van avantgarde kunst. (Zal die tijd weer komen? Onze hoop is gevestigd op Beatrix Ruf.)

Number 8, olieverf, emaille, aluminiumverf, Jackson Pollock, 1949, (86.6 x 180.9 cm) Neuberger Museum of Art, Purchase College, State University of New York,

Number 8, olieverf, emaille, aluminiumverf, Jackson Pollock, 1949, (86.6 x 180.9 cm) Neuberger Museum of Art, Purchase College, State University of New York,

Abstracte kunst was lange tijd richtingbepalend in de kunstwereld. In Amerika waren het de toonaangevende recensenten Clement Greenberg (“ De Abstract Expressionisten hanteren een abstracte beeldtaal met een emotioneel geladen verfbehandeling, zonder referentie naar de buitenwereld”) en Harold Rosenberg (” Het doek is geen representatie maar een voortzetting van de geest van de kunstenaar”), die zorgdroegen voor een theoretische onderbouwing. Mede door hun toedoen werden het Abstract Expressionisme en de Colourfield Paintings (doeken met monochrome kleurvlakken) al snel beschouwd als de belangrijkste kunststromingen van die tijd, dus ook interessant voor musea en kunstverzamelaars. De kunstenaars voeren er wel bij. Tegenwoordig brengen de Abstract Expressionisten en de Colourfield Painters astronomische bedragen op. Het schilderij Black Fire van Barnett Newman uit 1961 werd onlangs bij Christie’s in New York geveild voor 84 miljoen dollar. Dat heeft niets meer met kunst te maken.

Black Fire I, 1961, Barnett Newman

Black Fire I, 1961, Barnett Newman

De Franse kunstcriticus Michel Tapié betitelde in 1950 abstracte beeldtaal die zonder vooropgezet doel tot stand kwam en waarbij vaak gebruik werd gemaakt van toevallig voorhanden materialen als Art Informel. Tot de zogeheten Informelen behoorden onder anderen Jean Fautrier, Jean Dubuffet, Pierre Soulages, Alberto Burri, Antoni Tàpies. Over zijn manier van werken zei Soulages eens: “Als ik aan een schilderij begin weet ik niet wat ik ga maken. Ik kom pas te weten wat ik zoek als het schilderij waaraan ik bezig ben mij tijdens het werken de weg wijst”. Dat doet denken aan de jazzmuziek in de jaren vijftig, waarbij de musici ter plekke improviseerden en het resultaat afhing van de reacties van andere musici, de sfeer, de omgeving en hun eigen humeur. In hun atelier draaiden kunstenaars toen veelvuldig Charlie Parker, Miles Davis, John Coltrane om een paar te noemen. Het waren leeftijdgenoten.

Combustione Plastica, Alberto Burri, 1958

Combustione Plastica, Alberto Burri, 1958, acryl, plastic, brandvlekken

 

From the Guggenheim Collection to the Cobra Museum of Modern Art, tot 31 augustus 2014, Cobra Museum, Amstelveen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie