Kunst van de eenvoud

 

 

herman de vries naakt met vriendin in landschap

herman de vries naakt met vriendin in landschap

Je moet er maar opkomen. Een groot blad papier onder een boom, de blaadjes die her en der op het papier vallen plak je vast, een lijst er omheen en ziedaar, een kunstwerk. En ja, het is mooi. Dan kan je wel denken ‘dat kan ik ook’, maar zo werkt het niet. Want het werd namelijk al bedacht en gedaan. Evenals een strakke rij recht afgezaagde rozentakken, talloze variëteiten grassen op een minimaal stukje grond, verschillende kleuren aarde, ingelijst aan de museumwand, een tapijt van rozenknoppen op de vloer. Het is de neerslag van vele jaren lang kunstenaarschap en leven met de natuur, vanuit de gedachte dat er in de natuur geen waardeoordelen bestaan, dat de dingen zijn zoals ze zijn, niet meer en niet minder. Vandaar ook de naam van de kunstenaar, herman de vries, zonder hoofdletters. Immers hoofdletters drukken een hiërarchie uit en zijn eigennaam betekent niet meer dan de naam van een plant, vindt hij. Een schijnbaar eenvoudige opvatting, maar met vergaande consequenties. Want wie niet meer denkt in categorieën van mooi of lelijk, kunst of geen kunst, verruimt niet alleen zijn blik op de kunst, maar ook op de wereld. Zo’n open blik biedt een scala aan ongekende mogelijkheden. Letterlijk ongekend, want wat je niet eerder zag kende je ook niet.

juli 2008 1e opbouw van Mesa

mesa, 1996-2007, Kröller-Müller Museum, Otterlo

 

herman de vries, vergankelijkheidswerk, beenderen en hout, 2012-2013. © collectie herman & susanne de vries, Eschenau

herman de vries, vergankelijkheidswerk, beenderen en hout, 2012-2013. © collectie herman & susanne de vries, Eschenau

De manier waarop herman de vries de wereld beleeft en in zijn kunst verwerkt heeft te maken met zijn zenboeddhistische instelling. Zoals meer kunstenaars in de jaren zestig op zoek naar nieuwe wegen, maakte hij kennis met de opvattingen van de zenboeddhistische filosoof Daisetz T. Suzuki. Deze was de leermeester van componist John Cage, indertijd dé grote inspirator van vernieuwende kunstuitingen. Bij zijn composities liet Cage zich vaak leiden door het toeval, en bij de uitvoering van zijn stukken speelden omgevingsgeluiden als het klepperen van een raam, gekuch van het publiek, een even grote rol als de compositie zelf – vanuit het idee dat alles deel uitmaakt van willekeurige, nooit eindigende processen en dat de essentie van het leven bestaat uit de beleving van het hier en nu, en de gelijkwaardigheid van alles wat er op een gegeven ogenblik plaatsvindt. Dit soort ideeën hebben geleid tot mooie, gekke, geestige en ook onzinnige kunstuitingen. Zoals het befaamde leeggooien van een flesje limonade in zee door Wim T. Schippers en Willem de Ridder op 29 oktober 1961 (nu weer te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam), de schoonheid van de lichtval op een serie plastic zakjes gevuld met water door Henk Peeters (nog te zien op de tentoonstelling Ik hou van Holland, Nederlands Kunst na 1945 in het gemeentemuseum van Schiedam) en ook de happenings  in de jaren zestig, waar alles wat zich op een bepaald moment voordeed tot kunst werd verheven, tot het aantrekken van je jas bij de kapstok tot het schreeuwen van Klaas komt op het Spui toe.

Het geeft helemaal niet dat de tentoonstelling met het werk van herman de vries in Schiedam is afgelopen.  Een paar grasjes tussen een trottoirtegel, kale takken van een boom langs de straat, de afdruk van een poot in de sneeuw…je hoeft er niet speciaal voor naar een museum.

Herman de vries komt terug op de komende Biënnale in Venetië. Werk van hem is dan te zien in het Rietveldpaviljoen en hij zal iets maken op een eilandje in de lagune. Of misschien laat hij het eilandje gewoon het eilandje, dat zou ook heel goed kunnen.

De ideeën van herman de vries zijn nog springlevend en altijd geldend. Toch is het het jammer dat er voor herman de vries is gekozen op de Biennale. Er zijn nog wel andere Nederlandse kunstenaars die iets te vertellen hebben over de tijd waarin wij leven, met kunst die nu van belang is. Bijvoorbeeld iemand als Joep van Lieshout, of zijn naamgenoot, Erik van Lieshout. Allebei hebben ze iets te melden over de wereld van nú, niet zo lieflijk met grasjes en zo, maar ook gewelddadig. Ook dat is de realiteit. Lees het interview van Hans den Hartog Jager met Erik van Lieshout.

http://www.hansdenhartogjager.nl/web/Artikelpagina-Lezen/Interview-met-Erik-van-Lieshout.htm

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Een gloednieuw kunstpaleis

In het Bois de Boulogne in Parijs staat een nieuw gebouw van Frank Gehry. Of nee, ‘gebouw’ klinkt te zwaar, de term ‘bouwsel’ is beter op zijn plaats voor dit luchtige samenstelsel van ruimtes, trappen en terrassen, overkapt met een serie doorschijnende golvende daken. Vanaf een afstand lijkt het op een fantasieschip met flinke wind in de zeilen, bij toeval in het bos terecht gekomen.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Binnen is het fijn ronddwalen in de hoge zalen met onder andere een reuzenbeeld en subtiele tekeningen van Thomas Schütte,  een ijzige tocht in Antarctica van Pierre Huyghe, een zaal met werk van Gerhard Richter, een asymmetrische ruimte voor de geometrische schilderijen van Ellsworth Kelly, een wandeling langs het water met spiegelende zuilen van Olafur Eliasson, de terrassen met uitzicht over Parijs, de Eiffeltoren in de wolken, de gekleurde bomen in het Bois. Eén minpunt: zoals in de meeste musea kan je bijna nergens zitten. Maar misschien is het de bedoeling om ook een beetje te lijden voor de kunst.

Vroeger waren het keizers, koningen en de adel die paleizen en kastelen lieten bouwen vol kunst en kostbaarheden, tegenwoordig zijn het industriëlen, zoals Bernard Arnault, onder andere eigenaar van het Louis Vuitton imperium (toch een soort keizer). In ieder geval, hij gaf Frank Gehry opdracht om dit prachtige gebouw voor zijn kunstverzameling te construeren en wij kunnen ervan genieten – wel tegen betaling, want goedgeefs is Arnault weer niet. Anders was hij  immers nooit zo rijk geworden.

Gudrun

Gudrun, Gerhard Richter, 1978

commentaren:
Oliver WainwrightThe Guardian
Frank Gehry’s Fondation Louis Vuitton shows he doesn’t know when to stop.[…] It is certainly a spectacle, but it makes you wonder quite what it’s all for.
“Piled up in a staggered heap […] as if caught in a violent storm,” Wainwright’s suggests that it is a ‘gift’ from Louis Vuitton that the ”neighbourhood hasn’t seemed all that keen on receiving.” Referencing the trouble the project had getting going, having been halted temporarily by the French courts, Wainwright’s ultimate conclusion is that is an “indulgence of over-engineering.” It is, “in reality, is a hell of a lot of steel columns and glue-laminated timber beams, thrown together in a riotous cat’s cradle of zig-zagging struts and brackets, props and braces.”

Rowan MooreThe Observer
Frank Gehry’s new art museum in the Bois de Boulogne could have done without the nautical flourishes.
Moore, although less liberal with his descriptions, is similarly dismayed by some of the flamboyant engineered flourishes. In spite of this, he acknowledges that Gehry’s “buildings at their best are generous, thoughtful and responsive, with a high degree of attention to the ways in which they are built.” Yet, in this instance, only “some of the time the Gehry magic is there.” For him, the sails “get in the way of the potentially delightful connections the building tries to make, and of the experiences of view and art.” ”It could be fascinating, unforgettable and beautiful” but, Moore concludes, this building falls short.

Paul Goldberger / Vanity Fair
[It] looks like sails, and it looks like a boat, and it looks like a whale, and it looks like a crystal palace that is in the middle of an explosion.
…yet, Goldberger argues, “none of these comparisons matter in the slightest.” For him, it is “a new work of monumental public architecture that is not precisely like anything that anyone, including Frank Gehry, has done before.” Alluding to the building’s anticipated programme, Goldberger notes that “Gehry has often been accused, mostly unfairly, of making architecture that overwhelms art.” However, in the case of the FLV, the “icebergs make for relatively neutral galleries – not plain white boxes – […] but rooms that for the most part are shaped like rectangles with straight, flat walls. When there is no art in the building, it feels incomplete, which is arguably the most important test of whether the architecture is too assertive.”

Christopher Hawthorne / The LA Times
The design is brilliant, a late-career triumph.
For Hawthorne, the majestic sails create a building which ”joins the Guggenheim and the Walt Disney Concert Hall as the most impressive works of the architect’s nearly six-decade career.” For him, the material choice (glass) – which “Gehry uses here in remarkable ways” – makes the museum “as ambitious as anything Gehry has ever produced but also, surprisingly, as refined.” Commenting on the internal gallery spaces, which he describes as “restrained,” Hawthorne suggests that the building appears ”sensibly cosmopolitan, even rational.” He summarises by suggesting that “when Gehry uses a unified palette — instead of piling clashing materials and colours atop his familiar colliding forms — he doesn’t dilute the power of his architecture but clarifies and strengthens it.”

Mayer RusArchitectural Digest
With its shiplike exterior of billowing glass sails, the building suggests an avant-garde update of the Jolly Roger, gracefully piloted by Peter Pan through the Bois’s verdant sea of centuries-old trees with a trail of pixie dust in its wake.
Rus’ review, interspersed by comments from Gehry himself, examines the history of the project in some depth. Less opinionated that the other critics, he admires the “network of steel trusses and wood beams” which are held aloft in a ”bravura feat of architectural acrobatics.” He goes on to say that “Gehry has devised spaces sympathetic to art of almost every scale and medium” concluding that, on balance, the building is a tailored mirror of the site it sits in. “After all, why do people come to the Jardin if not to play?”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Emotiekunst

Over het algemeen kan ik niet precies uitleggen waarom sommige kunstwerken mij zo raken. Misschien zijn het de kleuren, de vormen, of de voorstelling – de manier waarop een middeleeuwse Maria naar het kind op haar schoot  kijkt, de ijle mensfiguren van Giacometti, de gloeiende pulserende kleurvlakken van Rothko. Wat is het dan dat mij daarin zo ontroert? Want ontroering is het. Zo kan het gebeuren dat sommige mensen beginnen te huilen bij de aanblik van een doek van Rothko. De emoties kunnen nog heftiger, zoals bij de Franse schrijver Stendhal. In 1817 werd hij  bij een bezoek aan Florence zo bevangen door de schoonheid van de stad dat hij ter plekke flauw viel. Dit ‘Stendhalsyndroom’ werd een van de personages in Proust’s romancyclus Op zoek naar de verloren tijd zelfs fataal. Bij het schilderij Gezicht op Delft van Vermeer peinst de schrijver Bergotte: “Zo had ik moeten schrijven. Mijn laatste boeken zijn te schraal, ik had verscheidene lagen kleur moeten aanbrengen, van mijn taal een kostbaarheid op zichzelf moeten maken, zoals dit kleine gele muurvlak”. Bergotte overziet zijn leven en krijgt het gevoel dat het veel minder waard is dan zo’n ‘petit pan de mur jaune’. Dan valt hij dood neer.

Maar waarom eigenlijk zou je willen uitleggen wat jou persoonlijk bij een kunstwerk zo aangrijpt? Laat iedereen dat zelf ervaren vind ik. Je kan hoogstens iets zeggen over de manier waarop Rothko bijvoorbeeld zijn kleuren heeft aangebracht, de manier waarop zijn werk in het museum is tentoongesteld. Meer weten is ook meer zien, dat is waar. Toch, wat zoveel mensen en ook mij in de schilderijen van Rothko zo aantrekt, fascineert of aangrijpt, is en blijft uiteindelijk een mysterieus iets. Het geheim van de kunst. Dat gold ook voor Rothko zelf. Ooit zei hij over zijn eigen werk het volgende: “Schilderijen moeten wonderlijk zijn. Op het moment dat een werk klaar is is de intimiteit tussen de creatie en zijn schepper voorbij. Hij is dan buitenstaander. Het schilderij moet voor hem, evenals voor ieder ander die het later zal ervaren, een openbaring zijn, een onverwachte ontknoping”.

449, Rothko

449, Rothko

Of het werk van Rothko ook zo’n indruk gemaakt zou hebben op mensen uit een ander tijdperk, daar zullen we nooit achter komen. Wat we wel weten is dat er voor kunstenaars in de zeventiende eeuw vaste regels bestonden voor de weergave van bepaalde emoties. Die moesten herkenbaar zijn aan de houdingen en gezichtsuitdrukkingen van de personages die deel uitmaakten van de voorstelling op het doek. In speciale schildershandboeken stond tot in de details beschreven  welke uitdrukking bij welke emotie hoorde.

De Heliaden bewenen de dode Phaëton, Nicolaes de Helt genaamd Stockade, 1656. Frans Halsmuseum Haarlem

De Heliaden bewenen de dode Phaëton, Nicolaes de Helt genaamd Stockade, 1656. Frans Halsmuseum Haarlem

In tegenstelling tot Rothko wisten schilders uit die tijd van tevoren precies welke emotie ze wilden overbrengen – of ze daarin slaagden hing af van hun kunde. Het werd zeer gewaardeerd door welgestelde tijdgenoten die hun werk graag kochten. Het is allemaal te zien op een interessante tentoonstelling in het Frans Halsmuseum. Maar als persoon uit de eenentwintigste eeuw lieten mij de in die tijd verbeelde emoties koud.

Grappig genoeg was dat ook het geval bij een tentoonstelling over emoties in de hedendaagse kunst. Voor mij hadden die met al of geen herkenbaarheid niets te maken, eerder met nietszeggendheid. De tranen van Bas Jan Ader op zijn video I am too sad to tell you vertellen mij  niets over zijn verdriet of het mijne. (Net zo min als een schilderij van een huilend zigeunerjongetje) Ook de video van Bill Viola waarin een serie hevig aangedane mensen de revue passeren zonder dat duidelijk wordt waarom ze zo onthutst reageren, deed mij niets. Het is mij te expliciet en te bedacht. Wat moet ik ermee? Terwijl ik toch ook graag een potje mag huilen, bijvoorbeeld bij het zien van een stralend jong bruidspaar op de trappen van een stadhuis…

Still uit America's Next Topmodel, Adriaan vd Ploeg, 2010-011-1, uit de serie roman holiday. 2010

Still uit America’s Next Topmodel, Adriaan vd Ploeg, 2010-011-1, uit de serie roman holiday. 2010

Te zien:

Mark Rothko, Gemeentemuseum Den Haag, tot 01-03-2015 (http://www.gemeentemuseum.nl)
Emoties, geschilderde gevoelens in de Gouden Eeuw, Frans Halsmuseum Haarlem, tot 15-02-2015 (http://www.franshalsmuseum.nl)
Emoties in de hedendaagse kunst, Gemeentemuseum Helmond, tot 11-01-2015 (http://www.gemeentemuseumhelmond.nl)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie