Een koninklijke zoutfabriek

Aan de voet van de Franse Jura, bij het dorpje Arc-et-Senans ligt een wonderbaarlijk industrieel complex uit de achttiende eeuw. Via de toegangspoort kom je terecht op een grote halfronde grasvlakte, omgeven door een serie lage langgerekte gebouwen waartussen precies in het midden, tegenover de poort, een Griekse tempel met robuuste zuilen. Dat alles overkoepeld door een knalblauwe lucht met een enkel wit wolkje. Alsof je op het speelvlak staat van een immens groot openluchttheater. Het is van een grote schoonheid.

Arc-et-Senans

Saline Royale d’Arc-et-Senans

Zo was het ook bedoeld door de architect, Claude Nicolas Ledoux (1736-1806). Van Louis XVI kreeg hij opdracht voor de bouw van een zoutziederij, voor de fabricage van het ‘witte goud’ uit de mijnen in de Jura. Vanwege de schaarste en de basisbehoefte aan zout was het een kostbaar goed, dat de koning via belastingen veel geld opbracht. Het complex moest niet alleen een toonbeeld zijn van de rijkdom en het belang van de zout industrie, maar ook een plaats waar de arbeiders onder de best mogelijke omstandigheden zouden werken en wonen. Overeenkomstig de rationele ideeën van de Verlichting: dat het mogelijk moest zijn een samenleving te scheppen die zou leiden tot het welzijn en het geluk van iedereen. Daartoe zou ook bijdragen de aanblik van de schoonheid van de juiste verhoudingen van gebouwen en de omgeving. Vanuit de tempel, het hoge gebouw in het midden van de halve cirkel, hield de directeur toezicht op de werkplaatsen en de verblijven van de arbeiders. Voor hen ontwierp Ledoux communale huizen, met woonruimtes voor negen gezinnen elk, rondom een centrale houtkachel en gezamenlijke wasplaatsen en keukens. Jammer voor Ledoux, maar de meeste arbeiders bleven naderhand toch liever in hun eigen dorpen. Verder had hij een complete stad uitgedacht, die aansluitend op het industriële complex een hele cirkel zou beslaan, naar zijn idee “een vorm zo puur als die van de baan van de zon”. Het moest een ideale stad worden, met onder andere plaats voor een Tehuis van het Geluk, een Tempel van de Deugd en een Tempel der Herinnering. De functie van bedrijven en instellingen zou herkenbaar zijn aan de architecturale vorm, de zogenaamde ‘architecture parlante’. Zo was het huis van de opzichter van de bronnen van de rivier ontworpen als een buis over het water en had het bordeel een plattegrond in de vorm van een fallus. Het plan voor deze stad is nooit uitgevoerd. En wij zullen dan ook nooit weten in hoeverre de ideale stad van Ledoux werkelijk tot het geluk van haar inwoners heeft bijgedragen.

Maisons des Surveillants de la source de la Loue (projet)

Maisons des Surveillants de la source de la Loue (projet)

Iets van de ‘sprekende architectuur’ van Ledoux is zichtbaar in de muren en de toegangspoort van de voormalige zoutziederij: ronde openingen als buizen waaruit versteend zout stroomt; de uit ruwe stenen opgebouwde poort moet de ingang van een zoutmijn voorstellen.

Ville Idéale de Chaux, Saline royale

Ville Idéale de Chaux, Saline royale

Het ontwerp van Ledoux voor een ideale stad waarin alle functies zijn uitgedacht, diende als voorbeeld voor een aantal idealistische ondernemers in de negentiende eeuw. Zoals het industriële complex La Familistère bij het stadje Guise in Noord Frankrijk, in 1856 opgericht door ijzerfabrikant Godin. Op basis van de ideeën van Ledoux en de geschriften van de utopisch socialist Charles Fourier, liet Godin voor zijn arbeiders woningen als ‘werknemerspaleizen’ bouwen, scholen, een crèche, gemeenschappelijke eetzalen, winkels, een theater, zelfs een zwembad. De fabrikant zelf woonde er ook met zijn gezin. Het complex werd in de jaren tachtig opgeknapt en is nu historisch erfgoed.

familistère de Guise

Familistère de Guise

In zijn eigen tijd werd de architectuur van Ledoux door het gewone volk absoluut niet gewaardeerd. Hij ontwierp immers ten dienste van de koning, die het volledige profijt had. De zoutziederijen leverden met de door de bevolking zo gehate zoutbelasting goud geld op, net als de door Ledoux ontworpen tolhuizen in de muur rondom Parijs. Bij het uitbreken van de Revolutie werden die dan ook als eerste gesloopt. De koning verloor zijn hoofd onder de guillotine en Ledoux belandde in de gevangenis. Na een jaar kwam hij vrij, maar de rest van zijn leven heeft hij geen enkele opdracht meer gekregen.

zie verder:

Saline Royale

Familistère de Guise

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Beelden in Amsterdam Zuid

De fraaiste allee van Amsterdam is toch wel de Apollolaan.  In het midden een brede groenstrook met hagen en bloempartijen, bomenrijen aan weerszijden, geen tramverkeer, weinig auto’s, brede trottoirs, gemaakt om op een warme zomeravond uit flaneren te gaan. Maar waarom zou je? Zonder terrassen en andere wandelaars, behalve een enkeling die zijn hondje uitlaat. Maar nu is er dan Art Zuid en kan je langs beelden slenteren en commentaar leveren. Een reden om er op een zonnige dag te gaan kijken en op een geïmproviseerd terras te zitten waar je bediend wordt door hele aardige vrijwilligers.

De beelden zijn bij elkaar gebracht en erg mooi neergezet door Rudi Fuchs, voormalig directeur van het Stedelijk, en Maarten Bertheux,  voormalig conservator van het Stedelijk. Fuchs was ooit degene die in het Stedelijk de abstracte kunst aan de kant schoof voor de nieuwe figuratie van Duitsers en Italianen, onder wie Baselitz, Penck, Lüpertz, Mimo Palladino. Hij bracht ook een nieuwe stijl van exposeren in, gebaseerd op overeenkomsten in vorm en kleur. Tot ergernis van veel kunsthistorici, die vinden dat exposities een chronologische ontwikkeling moeten laten zien, of in ieder geval voldoende informatie verschaffen over kunstenaars en hun tijd. Zo niet Fuchs, die van mening is dat mensen moeten kijken naar een kunstwerk zoals het zich voordoet, zonder de ballast van geschiedenis en meningen. Daar is wat voor te zeggen, maar zelf heb ik liever wat meer context.

Paard met luikje van Mimo Palladino, 2005, aluminium en ijzer

Paard met luikje van Mimo Palladino, 2005, aluminium en ijzer

De beelden langs de Apollolaan en de Minervalaan zijn volgens de ideeën van Fuchs opgesteld als een “theatraal spektakel, met de hoge bomen als coulissen, in een mise-en scène van licht en schaduw”, als in een “ruimtelijke regie”. Het resultaat is een esthetisch zeer verantwoord geheel, maar  daardoor ook een beetje saai. Ondanks de intrigerende beelden van Mimo Palladino, de aandoenlijke herder met lam van Lüpertz. De opwinding over te bonte kleuren, vreemde vormen of gekke dingen ontbreekt.

Hirte, Markus Lüpertz, 1986, geverfd brons

Hirte, Markus Lüpertz, 1986, geverfd brons

Ook zonder Art Zuid is de Apollobuurt rijk aan beelden. Zo zijn de huizenrijen langs de Minervalaan rijkelijk versierd met jaren dertig kariatiden; bij de bruggen aan het Muzenplein en langs het water aan de kant van het Apollohotel bevindt zich het zogenaamde kinderhofje, een rijtje beelden van kinderen met dieren. Nog uit de periode van de grootste en de mooiste stadsuitbreiding die Amsterdam heeft gekend, Plan Zuid van Berlage uit de jaren dertig. Meer hierover op de site van museum het schip

Meisje met kat en vogel, Frits van Hall

Meisje met kat en vogel, Frits van Hall

Art Zuid, internationale sculptuurroute Amsterdam 2015, tot 20 september.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Explosies van kleur

Van sommige kunstwerken word je heel erg hebberig. In gedachten zie je het al bij jou thuis, aan de lichte muur boven de bank, zo’n uitbundig bloemstilleven van Leo van Gestel, in honderden kleurfragmenten uiteenspattend, of een van zijn zuidelijke landschappen, de hoekige huisjes, de ronde vormen van de olijfbomen. Een brutaal lila naakt tegen een blauwgroene achtergrond, de kleuren subtiel laag over laag met pastelkrijt en waterverf, die mag in de slaapkamer. Het is kunst waarvan je iedere dag weer blij kan worden. Kunst voor in huis, alleen wel voor wie het kan betalen. Want krijgt een kunstenaar eenmaal een museumtentoonstelling, dan schieten de prijzen omhoog.

Stilleven met goudsbloemen, klaprozen, bottelrozen, 1913

Stilleven met goudsbloemen, klaprozen, bottelrozen, 1913

Leo Gestel, Mallorca,Terreno

Leo Gestel, Mallorca,Terreno, 1914

Het Singermuseum in Laren heeft een grote overzichtstentoonstelling van de schilder Leo van Gestel (1881-1941). Hij was een gretige volger van de nieuwste stromingen in de schilderkunst in zijn tijd, die hij allemaal in zijn werk toepaste. Zo volg je van zaal tot zaal hoe zijn stijl telkens mee veranderde met alle belangrijke ontwikkelingen in de schilderkunst van toen. Eerst schilderde Van Gestel landschappen in pointilistische en luministische stijl in navolging van Signac en Seurat, toen volgde een ‘fauvistische’ periode, met dik aangezette contouren, onvermengde kleuren en subjectief kleurgebruik, in de stijl van Matisse en Van Dongen. Na een verblijf in Parijs, waar hij kennis maakte met het werk van Picasso en Braque, schilderde hij een tijdlang kubistische landschappen en bloemstillevens. Ook experimenteerde hij met de principes van beweging en snelheid uit de futuristische beweging van Marinetti en Severini. Tenslotte bleef hij tot zijn dood in 1941 min of meer expressionistisch schilderen, veel donkere winterse landschappen en sombere houtskooltekeningen, die doen denken aan het werk van Käthe Kollwitz. Alles bij elkaar een veelzijdig en knap kunstenaar, maar misschien wel zo veelzijdig, van het ene genre naar het andere, dat hij nooit heel duidelijk tot een eigen stijl kwam.

Eigenlijk is dat alleen hele grote kunstenaars gegeven. Degenen die consequent doorgaan, hun stijl steeds verder ontwikkelen, zijpaden inslaan, terugkeren, weer verder gaan en uiteindelijk een uniek en ongeëvenaard oeuvre nalaten. Zoals Matisse, de grote Matisse. Hij was groots, maar zijn werk paste ook heel goed in de huiskamer. Ooit verklaarde hij “een kunst te willen scheppen van evenwicht, zuiverheid en sereniteit, een kunst die rustgevend moest zijn voor mensen die met hun hoofd werkten…kunst als een prettige luie stoel, om uit te rusten van gedane arbeid”.

In 1905 kochten Gertrude en Leo Stein in Parijs Vrouw met hoed van Matisse voor 40 dollar. Die hing in hun huiskamer, tussen de Cézannes, Renoirs, Gauguins en Picasso’s. Kunstenaars die toen nog niet algemeen werden gewaardeerd. Ja, dat was toen…

interieur Gertrude en Leo Stein, 1905, 27 Rue de Fleuris, Paris

interieur Gertrude en Leo Stein, 1905, 27 Rue de Fleuris, Paris

Voor ons geen originele Matisse in de huiskamer, dat zit er zeker niet in. Daarvoor gaan we nu naar het Stedelijk. Ook al zijn daar geen fauteuils.

De Oase van Matisse in het Stedelijk is werkelijk schitterend! Met als hoogtepunt de zaal met knipsels.

Vrouw met hoed, 1905, Henri Matisse (Museum of Modern Art, San Francisco)

Vrouw met hoed, 1905, Henri Matisse (Museum of Modern Art, San Francisco)

Gestel in Singer Laren, tot 7 juni 2015

De Oase van Matisse, Stedelijk Museum Amsterdam, tot 16 augustus 2015

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie