Naar een andere wereld in de Oude Kerk

Vanuit de herrie van de Wallen, de mensenmassa’s, de helle lichten, naar binnen in de Oude Kerk. Als de zware toegangsdeur achter je dichtvalt sta je in een heel andere wereld. Hier heerst het donker. Schemerige contouren van de pilaren, het silhouet van een enkele bezoeker, door de hoge ramen valt een vaag schijnsel naar binnen, uit de halfopendeur van een zijkapel tekent zich op de oude stenen vloer een scherpe driehoek af van licht. In het midden een tot aan het dakgewelf reikende kolom. Een zware aangehouden orgeltoon vult de ruimte. De sfeer is mysterieus en ook spookachtig, als in een verhaal van Edgar Allan Poe. ( Bewoog daar niet een grafsteen, heel even maar…)

Het is het werk van Germaine Kruip. Met weinig ingrepen en sobere middelen bereikte ze een maximaal effect, door simpelweg in de kerk het grote licht uit te doen en in de zijkapellen het licht aan. En verder, die intrigerende dunne kolom midden in de kerk, wat moet die voorstellen? Je kan er van alles bij bedenken, bijvoorbeeld de ladder uit de droom van Jacob, waar engelen op en afdalen (uit Genesis), het is hier immers een kerk, maar wie weet dacht de kunstenares ook wel aan de eindeloze kolom van Brancusi, een beroemd werk uit de kunstgeschiedenis, dat zou ook kunnen. Het mooie van de hele installatie vind ik dat het je eigen fantasie aan het werk zet, en dat is toch de bedoeling van een kunstwerk?

718px-Interior_of_the_Oude_kerk_in_Amsterdam_(south_nave),_by_Emanuel_de_Witte

Interieur van de Oude Kerk (1661), Emanuel de Witte

Column Untitled (2011-2015), Germaine Kruip, marmer

Column Untitled (2011-2015), Germaine Kruip, marmer. Foto: Oude Kerk

Of dat voor iedereen geldt weet ik niet, maar mij nodigde de beschrijving niet direct uit om te gaan kijken: ‘…. door verlichting achterwege te laten wordt de architectuur volledig blootgesteld aan de cyclus van het natuurlijke licht….de bezoeker wordt aangespoord tot een intense vorm van bewustzijn over de ruimte waarin je je bevindt, de plaats die je hierin inneemt en de tijd die je hier doorbrengt….’ Waarom toch zulke hoogdravende nietszeggende taal? Voor zo’n aansprekend werk in de op zich al prachtige Oude Kerk. Aan de andere kant, het moet daar ook weer niet te druk worden. Het was juist zo spannend om rond te waren in de semi-duisternis van de bijna lege kerk. Gelukkig werkte de dame van de kassa mee. Ze raadde een groepje toeristen af om naar binnen te gaan, want volgens haar zag je toch niets in het donker.

Als je erheen gaat doe het dan vooral bij het invallen van de schemering, qua lichtinval de mooiste tijd.

De Oude Kerk Amsterdam, Geometry of the Scattering, Germaine Kruip, van ma. t/m za. 10-18 u, zo. 13-17.30, tot 27 maart.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

De ervaring van Land Art

Het was in de jaren zestig, alles moest anders, ook in de kunst. Het museum haalde de straat binnen met sculpturen van zand, stenen, takken, kolen, gevonden voorwerpen, levende paarden, en buiten pakten kunstenaars bomen in, telden voetstappen, signeerden stukken braakland, organiseerden happenings, waarbij alles wat zich ter plekke voordeed tot kunst werd verklaard. Alles was mogelijk en niets was te gek, het was één grote uitbarsting van creativiteit. De meeste mensen waren jong, vol energie en zin in verandering. En het ging goed met de economie, er was meer dan genoeg geld voor experimenten. Allemaal factoren die bijdroegen tot verandering en vernieuwing op alle fronten en op alle mogelijke manieren.

Levende Paarden, Jannis Koennellis, Galleria L’Attico in Rome, 1969

Levende Paarden, Jannis Koennellis, Galleria L’Attico in Rome, 1969

In die tijd kwam een aantal kunstenaars in Amerika op het idee om kunst te maken in een van de vele afgelegen en lege gebieden in het westen, weg uit de stad, weg uit de beperkte ruimtes van musea en galeries. Ze wilden grootse kunst maken,  kunst die deel uitmaakte van de omgeving, van materiaal uit de omgeving. Ze noemden het Land Art, kunst in het landschap en van het landschap.
Een van de eerste grote Land Art kunstwerken was de Spiral Jetty van Robert Smithson, een spiraalvormige dam van grote brokken bazalt, in een groot zoutmeer in de staat Utah. Het werd een icoon in de kunstgeschiedenis, een voorbeeld van een nieuwe kunstopvatting: ook de omgeving en de weg ernaar toe behoren tot het kunstwerk. En jijzelf, als je er middenin staat.

Spiral Jetty, Robert Smithson, 1969 -1970, Great Salt Lake Utah

Spiral Jetty, Robert Smithson, 1969 -1970, Great Salt Lake Utah

Als je leest wat Smithson over die plek schreef, kan je je voorstellen waarom hij juist daar iets wilde maken: “Terwijl we reden strekte de vallei zich uit tot een unheimische immensheid, anders dan de andere landschappen die we hadden gezien. De wegen op de kaart werden een web van lijnen, terwijl het Great Salt Lake in de verte bestond uit een ononderbroken zilveren band. Heuvels namen de gedaante aan van smeltende stoffen en gloeiden onder amber licht. Zanderige hellingen veranderden in stroperige massa’s. Langzaam kwamen we dichter bij het meer, dat leek op een rimpelloos lichtpaars laken, gevangen in een matrix van stenen, waar de zon zijn vernietigende licht overheen stortte…”

NRC kunstrecensent Sandra Smallenburg doet in haar boek Expeditie Land Art verslag van haar tochten naar het werk van Smithson en andere Land Art projecten, niet alleen in de VS, maar ook in Engeland, Schotland en Nederland. Na lezing van haar meeslepende beschrijvingen wil je onmiddellijk afreizen om alles met eigen ogen te bekijken en te ervaren. Dan wil je ook rijden over eindeloze highways, dwars door de bergen en uitgestrekte prairies, naar de Sun Tunnels van Nancy Holt: grote betonnen buizen midden in de woestijn in Utah, waar de zon op de kortste en langste dag precies doorheen schijnt, met bovenin gaten voor verschillende sterrenstelsels. Of naar het spectaculaire Lightening Field van Walter De Maria op een afgelegen hoogvlakte in New Mexico, waar vierhonderd roestvrijstalen palen de bliksems opvangen die daar in de statisch geladen atmosfeer regelmatig voorkomen.

Walter de Maria, The Lightning Field, 1977, Western New Mexico

Walter de Maria, The Lightning Field, 1977, Western New Mexico

Toch hoef je niet direct op het vliegtuig te stappen voor Land Art. In de Flevopolder bij Almere ligt nog altijd de Groene Kathedraal van Marinus Boezem, een uitgestrekt populierenbos in de vorm van de plattegrond van Reims, met daarnaast een open plek in dezelfde vorm, een contrakathedraal. Een eind verderop bevindt zich de grote Aardzee van Piet Slegers, die er werkelijk uitziet als een groene golvende zee. Het ontwerp is bedoeld om je te herinneren aan de zee die hier ooit was.

 

De Groene Kathedraal, 1987, Marinus Boezem

De Groene Kathedraal, 1987, Marinus Boezem

Ook voor een werk van Robert Smithson hoef je niet zo ver weg. In de buurt van Emmen maakte hij voor de tentoonstelling Sonsbeek buiten de perken van Wim Beeren in 1971 Broken Circle/Spiral Hill, bestaande uit een landtong en een uitgegraven kanaal. Samen vormen ze een cirkel, die je bekijkt vanaf de top van een heuvel, de Spiral Hill. Zoals blijkt uit de beschrijving van Sandra Smallenburg speelt ook hier de omgeving een rol bij de ervaring van het kunstwerk: “Het landschap is overweldigend, on-Nederlands haast. Witte stranden omzomen een grijsblauw meer. Felgroen gras bedekt de oevers. Daarachter het donkere groen van de bosrand, met hier en daar een reusachtige zwerfkei. Het heeft iets weg van een ondergelopen vulkaankrater. Het enige geluid is het gakken van overvliegende ganzen.”

Bij het boek Expeditie Land Art hoort ook een tentoonstelling in de Kunsthal Kade in Amersfoort. Daar zijn onder andere ontwerpen te zien van Marinus Boezem voor diverse kathedraalprojecten, video’s van Robert Smithson met cowboyhoed en stoere laarzen bij het Great Salt Lake, de zoektocht van de Britse kunstenaar Tacita Dean naar Spiral Jetty, de bekende video van Guido van der Werve achtervolgd door een ijsbreker. Maar een werkelijk idee van de indrukwekkende ervaring die Land Art teweeg kan brengen kreeg ik daar niet, nee, er was alleen het afstandelijk kijken. Het was zelfs zo dat ik mij bij de video’s  begon af te vragen waarom al die moeite met graafmachines, het slepen met enorme buizen, waartoe? Voor het echte werk moet je toch naar buiten, het is niet voor niets Land Art, kunst ver weg van het museum. Maar lees om te beginnen het boek. Dat is prachtig.

Expeditie Land Art, landschapskunst in Amerika, Groot-Brittanië en Nederland, Sandra Smallenburg, uitg. De Bezige Bij

Expeditie Land Art, Kunsthal KAdE, Amersfoort, tot 3 januari 2016

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Bewaren is een kunst

Wie beheert er thuis geen privémuseumpje? Met schelpen van een vakantiestrand, een beeldje uit een ver land, een asbak uit de tijd toen je rookte, een zilveren doosje van je moeder, nou ja van alles waaraan je een speciale herinnering bewaart. Je verzameling past  op een plank in de boekenkast, er komt nog een plank bij, misschien een vitrinekast. Sommige mensen hebben een gelukkige hand van verzamelen en hun blikken speelgoed autootjes, of de van Douwe Egberts punten gespaarde koffiekoppen zijn plotseling veel geld waard. Maar over het algemeen heeft niemand belangstelling voor je verzameling; al die spullen hebben een voor jou een waarde die je verder met niemand kan delen.
Het is een hele kunst om te weten wat je wel en niet kan bewaren. Wie helemaal niets weg kan doen loopt de kans op een dag bezoek te krijgen van de GG en GD.
Behalve als je een zoon hebt die er een kunstwerk van maakt.

In het Groninger Museum toont de Chinese kunstenaar Song Dong onder de titel Waste Not, een gigantische verzameling oude spullen uit het dagelijks leven van zijn moeder – en van vele Chinese moeders. Het is een groots en indrukwekkend kunstwerk geworden. Al die spullen, ooit gebruikt en gekoesterd, krukjes, boeken, ballpoints, schoenen, vergieten, ze liggen daar heel mooi uitgestald, maar erg nutteloos. Het doet je denken aan alles wat je zelf allemaal in de loop van de tijd achteloos hebt weggedaan, de schoenen die je toen perse wilde hebben maar die een jaar later alweer uit de mode waren, het draagbare radiootje waar je zo trots op was en waar je nu met weemoed aan terugdenkt. Had je dan alles moeten bewaren?
We gooien van alles weg, maar we houden wel van vroeger, dat is toch behoorlijk tegenstrijdig. Gelukkig zijn er in Nederland meer dan negenhonderd musea, waar het verleden voor ons geconserveerd, bewaard en getoond wordt, dat dan weer wel. En de rest van onze oude spullen kunnen we naar de kringloop en andere goede doelen brengen, zoals vluchtelingen en arme landen.

In het museum heeft Song Dong meerdere installaties over herinneren. Een daarvan bestaat uit grote stapels papier, waarop hij jarenlang zijn herinneringen neerschreef. Met water.
Ik vond het een prachtige verbeelding van het vervliegen van herinneringen. Ze zitten in je hoofd en als jij ze kwijt bent is er niemand meer die ze kent.

Ook is er een wand vol kleine metalen bordjes met huisnummers, het enige wat er overbleef van de vele honderden huisjes, de hutongs, die in Bejing plaats moesten maken voor grote nieuwbouwprojecten. Ik moest denken aan de mensen, gezinnen, families, voor wie de nummers op de bordjes stonden voor een eigen plek, een huis, hoe krap ook, waar gewoond, geleefd werd, ruzie gemaakt, kinderen speelden, de geur van gebakken vis.
Verder is op een video te zien hoe er dagenlang minutieus aan een grote stad van snoep werd gebouwd. Toen de stad af was mocht het publiek van de stad eten. In minder dan vijf minuten was alles weg. Alsof er nooit een stad geweest was.
Ja je vergeet snel. Wie weet nog welk gebouw er stond op de grote open plek op het Rokin naast het gebouw van de NRC?

video de stad van snoep Song Dong

Tentoonstelling Song Dong, Life is Art, Art is Life, Song Dong, Groninger Museum, tot 1 november 2015. Het kunstwerk Waste Not is tot en met 18 oktober 2015, dus twee weken korter te zien in het Coop Himmelb(l)au paviljoen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie