Categorie archief: Geen categorie

Berlijn, trefpunt van de geschiedenis

Er is bijna geen ontkomen aan. Straatnamen, plaatsen van herdenking, de lege plekken, de nazi’s, jodendeportaties, de oorlog, De Muur, er is zoveel wat herinnert aan de (verschrikkelijke) geschiedenis van de twintigste eeuw. Neem het gebouw van de Rijksdag, ooit de zetel van het grote Duitse Keizerrijk, na de capitulatie in 1918 podium van revolutie en kortstondige democratie; in 1933 de aangestoken brand en de machtsovername door de nazi’s; in 1945 staat de Russische vlag op het kapot geschoten gebouw. Volgde de scheiding tussen Oost- en West- Berlijn en vanaf 1961 vlak langs het halfhartig gerestaureerde lege gebouw De Muur. Na de Wende, de grote ommekeer, werd het onder leiding van de Britse architect Norman Foster volledig gerestaureerd en vernieuwd. Sinds 1999 zetelt hier weer het Duitse parlement. Ook heeft het nog even te kijk gestaan als een groot cadeau van inpakkunstenaar Christo. De Rijksdag, theater van de Duitse geschiedenis. Wij, het gewone volk, mogen de stralende glazen koepel betreden. De stad ligt aan onze voeten.

Christo en de Rijksdag, foto: Cor WijnEen heftige confrontatie is het Joodse Museum van de Amerikaanse architect Daniel Libeskind. Het strenge plaatstalen gebouw vormt zowel een bliksemschicht als een gebroken davidster. Daarbinnen drie gangen: de ene naar beneden, naar de lege, asgrauwe toren van de Holocaust. Hoog bovenin de toren een smalle lichtspleet. De schoorsteen van een crematorium? De tweede gang, van de Exil, loopt omhoog. Rechtdoor naar een blinde muur, linksaf naar een tuin, een doolhof met hoge muren. De derde gang, die van de Continuïteit, voert langs de geschiedenis van de joden in Duitsland.

Sinds de opening van het Joodse Museum staat Daniel Libeskind bekend als de ‘architect van het gedenken’. Het is dan ook niet zo vreemd dat hij de opdracht verwierf voor een gebouw ter herinnering aan 9/11 in New York. Freedom Towers heet zijn ontwerp. Dichterbij huis (voor ons dan) bevindt zich in de polder tussen Almere en Lelystad zijn Land Art Project Garden of Love and Fire uit 1997: drie smalle kanalen, een strook zwart grind met een sculptuur van aluminium wanden en een voetgangerspad. “De labyrintische aluminium sculptuur symboliseert de ontdekkingstocht tijdens het menselijk leven. Dwalen door dit abstracte en vereenvoudigde labyrint leidt tot een confrontatie met obstakels en momenten van benauwend onbehagen terwijl de volgende afslag weer open en vol mogelijkheden is”, zegt de folder van Museum de Paviljoens in Almere. Elke zondag in mei en juni 2012 organiseert dit museum de dagtocht Land Art in Flevoland, o.a. naar dit kunstwerk.

In de Neue Nationalgalerie, het laatste ontwerp van Mies van de Rohe – een van de grote aanvoerders van het modernistische bouwen, de bouwstijl die uiteindelijk zo veel dodelijk saaie woonblokken heeft opgeleverd – bekeken we de overzichtstentoonstelling Panorama van Gerhard Richter. Ook zijn werk is verbonden met de geschiedenis van Duitsland. In de jaren vijftig kreeg hij aan de kunstacademie in Dresden een opleiding als figuratief schilder in de sociaal-realistische stijl – de enig toegestane stijl in de voormalige DDR. Toen hij in 1959 tijdens de Documenta in Kassel voor het eerst kennis maakte met het werk van ‘action painter’ Jackson Pollock en de doorsneden doeken, de concetto spaziale, van Lucio Fontana, ging er een andere wereld voor hem open. Reden voor hem om in 1961, vlak voor de bouw van De Muur, uit de DDR naar West-Duitsland te vertrekken. Het bijzondere aan het werk van Richter is zijn semi-realistische stijl, meestal naar foto’s uit kranten en tijdschriften, met als resultaat vage kleuren- of zwartwit-afbeeldingen met een grijzig waas, als van onscherpe foto’s. Zoals de serie Oktober 18, 1977, vijftien ‘historie’ doeken naar aanleiding van de dood van drie leden van de RAF (Rote Armee Fraktion) in de Stuttgart-Stammheim gevangenis, ook een zwarte bladzijde in de Duitse geschiedenis. Deze serie hangt in de Alte Nationalgalerie. Daarnaast schildert Richter manshoge abstracte doeken, een feest van kleur. Gerhard Richter, Panorama, tot 13 Mei in de Neue Nationalgalerie.

Te vinden op Internet:

Norman Foster en de Rijksdag op: retro.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Rijksdag/architectuur.html

Judisches Museum Berlin: www.jmberlin.de/

Museum De Paviljoens, Odeonstraat 3, 1325 AL Almere, +31365450400

Gerhard Richter: www.gerhard-richter.com/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Kunst in de stad: Amsterdam

Iedere dag kijk ik uit op een van de mooiste kunstwerken van Amsterdam, de Oude Kerk. De stenen die al naar gelang het uur van de dag, de weersgesteldheid, steeds anders kleuren, de sierlijke torens met gouden bollen die schitteren in de zon.

Het is al weer een tijd geleden dat er op het plein bij de kerk opeens een beeldje van een vrouwenborst lag te blinken. Cadeautje van een ‘onbekende’ kunstenaar. Het was een uitgekiende plek, onder een boom, in de eerste zonnestralen. De overbuurvrouw klaagde dat ‘het zo’n lawaai gaf als er mensen overheen liepen’ en het beeldje werd door de gemeente naar een onooglijke plek verhuisd: onder een lantaarnpaal, pal naast een fietsenrek. Soms ligt er een fiets overheen. De stad is haar kunst niet waard.

Zo stierf ook het bijzondere project van Steve McQueen (Londen, 1969) in het Vondelpark, Blues before Sunrise, een voortijdige dood, omdat ‘fietsers (zonder licht) op elkaar zouden kunnen botsen’. Ook staat mij nog levendig voor de geest hoe de wethouder van cultuur, Carolien Gehrels, in 2006 met duidelijk genoegen een baksteen door de glazen Nieuwe Vleugel van het Stedelijk gooide. Weg ermee, niet meer van deze tijd, het idee dat passanten zomaar in het museum konden binnenkijken. In plaats daarvan nu een buitenproportionele badkuip van vele miljoenen tegen de achtergevel. Komt de toegankelijke beeldentuin achter het Stedelijk eigenlijk nog terug?

Om niet helemaal in mineur te blijven, hier nog twee van mijn favorieten in de stad. De ‘onbekende’ kunstenaar maakte ook het zagertje op de tak van een grote plataan in het Leidse Bosje. Zijn voeten zijn in de loop van de tijd vergroeid met de tak waar hij op staat.

Van dezelfde kunstenaar is verder de man met de vioolkist aan de Marnixstraat ter hoogte van de Bloemgracht, en het hoofd dat in de hal van het Muziektheater uit de vloer omhoog rijst. Verderop in het Kleine Gartmanplantsoen kruipen veertig bronzen hagedissen in het plantsoen rond. Ze heten Blauwe Jannen, naar een reuzenhagedis uit de zeventiende eeuwse dieren- en vogelverzameling van een zekere Jan Westerhof, die te bezichtigen was in zijn herberg aan de Kloveniersburg 87-89. Daar werden soms ook opvallende mensen tentoongesteld. In 1764 was er een Indiaan te zien, “Een Wilde, Sychnecta genaamt, van de Mohawk uyt Noord-America.” De maker van de bronzen hagedissen, Hans van Houwelingen (Harlingen 1957), bedacht ook een doorkijkgat, waaruit een paar hagedissen omhoog lijken te kruipen. Het is een verwijzing naar de Lijnbaansgracht die onder het wegdek en het plantsoen doorloopt.

Te vinden op Internet:

www.mariangoodman.com/artists/steve-mcqueen/

www.hansvanhouwelingen.nl/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Kunst aan de Ruhr

Ooit was het een gebied waar je over de Autobahn zo snel mogelijk langs sjeesde – lekker hard, want dat mag in Duitsland. Het Ruhrgebied, synoniem met rokende schoorstenen, vervuilde lucht, zware industrie, wie ging er voor zijn plezier naar het grootste industriegebied van West-Europa? Maar in de jaren tachtig gingen de mijnen dicht, hield de ijzer- en staalindustrie op te bestaan, en werden de fabrieken, schachten, kolenwasserijen, gashouders en hoogovens gepromoveerd tot industrieel erfgoed. Ze werden verbouwd tot musea, theaters, concertzalen en horecagelegenheden, ijsbanen en zwembaden. De Zollverein bij Essen, eens de grootste steenkoolmijn van Europa, kreeg in 2001 de titel ‘werelderfgoed’ en geldt tegenwoordig als ‘de mooiste kolenmijn ter wereld’. Dat hadden de mijnwerkers van toen toch nooit kunnen bedenken. In een van de in Bauhausstijl opgetrokken gebouwen is nu het Red Dot Design Museum gevestigd, waar wij een hele middag zoet waren met het bekijken van alle mogelijke zaken ten gerieve van de mens: bestek, douchekoppen, auto’s, sportkleding, meubilair, keukeninrichting, lampen, vibrators, laptops, scalpels, badkuipen en zo meer.  Allemaal over nagedacht. De voormalige kolenwasserij daarnaast werd door Rem Koolhaas en Heinrich Böll (nee, niet de schrijver) getransformeerd tot museum van de geschiedenis van de industrie.

Wie weet, over nog geen tien jaar behoort misschien in heel Europa de industrie tot de geschiedenis. Behalve de toeristenindustrie dan, die bloeit als nooit tevoren. Tegen die tijd reizen we wat af, van het ene industriële erfgoed naar het andere, steeds mooier, steeds groter.

Op de grote afvalbergen van de mijnen en industrieterreinen rondom Essen worden landschapsparken aangelegd. Er zijn al paden, uitkijkpunten, hier en daar een kunstwerk, maar het geheel doet eerder denken aan een toendra, met mossen en lage begroeiing. Vanaf de bergen een weids uitzicht over het hele gebied. Laaghangende bewolking, rookslierten uit fabrieksschoorstenen en koeltorens, overal van die monopoly-huisjes met rode en zwarte daken, het is een dicht bevolkt gebied, hier en daar stukjes bos en groen, dwars door alles heen drukke autowegen. Als een pareltje ligt midden in het gebied de Margarethenhöhe, een in 1909 speciaal voor de arbeiders van Krupp gebouwd tuindorp, met rustieke woningen en een grote marktplaats – nu een parkeerplaats.

Ik vraag me af wat er na de sluiting van de mijnen en hoogovens met de arbeiders is gebeurd. Dat moet dramatisch geweest zijn. Alleen al bij de Zollverein in Essen werkten 5000 mensen. Op oude foto’s stromen de arbeiders ’s morgens de fabriekspoort binnen. Gegroefde koppen, achterover gekamd haar.

In het plaatsje Unna, vijftig kilometer naar het oosten, werd een voormalige brouwerij omgevormd tot kunstcentrum. Dankzij de bevolking, die voor de kunst koos, in plaats van (weer) een winkelcentrum. In de nieuwbouw een druk bezochte bibliotheek, ruimtes voor fotografie, tekenen en schilderen, een café met hele aardige bediening. Maar de grootste attractie is het Zentrum für Internationale Lichtkunst in de gewelven van de oude brouwerij, waarvoor een aantal kunstenaars, niet de minsten, werd gevraagd een speciaal werk te maken. Zoals van James Turrell een rond gat in het plafond als een camera obscura, van Christian Boltanski een intrigerend schimmenspel van marionetten, stroboscopische regen van Olafur Eliasson, ‘het licht en ik’, een installatie van Jan van Munster, ronddwarrelende lichtletters als boodschappen in de ruimte van Mischa Kuball, in de oude gistbakken geometrische composities door middel van black light van Christina Kubisch.


In Essen staat het gloednieuwe Folkwangmuseum, met een prachtige collectie. Waaronder een hele zaal Gauguin, een zaal Blaue Reiter en Expressionisten. Als je van moderne kunst houdt is Duitsland gewoon een luilekkerland. Op twee à drie uur rijden van ons vandaan de mooiste musea, in Aken, Bottrop, Duisburg, Dortmund, Düsseldorf, Gelsenkirchen, Keulen, Neuss, Wuppertal.

Te vinden op Internet:

http://www.zollverein.de/index.html

http://www.erih.net/nl/welkom.html

http://www.lichtkunst-unna.de/

http://www.essen-margarethenhoehe.de/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie