Categorie archief: Geen categorie

Een aanwinst

Bijna ongemerkt heeft Amsterdam er het afgelopen jaar een mooi kunstcentrum (oftewel Arts Centre, in goed Nederlands) bij gekregen: De Appel, op de Prins Hendrikkade 142. Het interieur is gloednieuw, maar het gebouw heeft een rijke geschiedenis. In de Gouden Eeuw eigendom van een puissant rijke tabakshandelaar, vervolgens sociëteit voor zeevarenden, in de jaren dertig clubhuis voor de A.J.C., de Arbeiders Jeugd Centrale. In de jaren zestig, voor wie het nog weet, werd het Fantasio, dé plek voor de underground cultuur, waar jongeren zittend of liggend op Oosterse tapijtjes een stickie konden roken; daarna werd het Meditatiecentrum De Kosmos, met vegetarische keuken, theehuis met onvergetelijke worteltaart, sauna en vele alternatieve cursussen.

omslag tijdschrift van De Kosmos

omslag tijdschrift van De Kosmos

 Na het verdwijnen van De Kosmos huisde er tot voor kort het Nationaal Pop Instituut en het Nederlands Jazz Archief.

Voor de complete geschiedenis van het gebouw zie:
http://www.deappel.nl/dox/infopage_docs/29/de_vele_levens_van_prins_hendrikkade_142.pdf

Ook De Appel zelf kent een voorgeschiedenis, weliswaar niet zo lang, maar wel belangrijk. Van 1975 tot 1983 was het volgens de kunstenaar Thom Puckey (van de Lens Trees, links boven in de hoek van dit blog) ‘hét centrum voor de Europese performance, de plaats waar het allemaal gebeurde’. Bij een van die performances wisselde Marina Abramovic van rol met een raamprostituee, waarbij zij plaats nam achter het raam en de prostituee in het kunstcentrum op de Brouwersgracht.

Rolverwisseling I, foto: © Frank Uwe Laysiepen, Amsterdam

Rolverwisseling I, foto: © Frank Uwe Laysiepen, Amsterdam

In die periode waren er in De Appel meer nieuwe kunstuitingen te zien, zoals installaties, video’s en projecten, van onder anderen Lawrence Wiener, Nan Hoover, Madelon Hooykaas & Elsa Stanfield, Lydia Schouten. Opvallend veel vrouwelijke kunstenaars hielden zich toen bezig met deze nieuwe vormen van kunst. Misschien als gevolg van de tweede feministische golf, en omdat het vrijwel onontgonnen gebieden waren, nog niet door mannelijke kunstenaars geannexeerd.

Daarna zat De Appel jarenlang op de Nieuwe Spiegelgracht, van waaruit het jonge curatoren de wereld in stuurde.

In het nieuwe gebouw zagen wij een prachtige video van de Engelse kunstenares Zarina Bhimji. Beelden van desolate gebouwen met verstofte stapels paperassen, vervallen villa’s waar de wind doorheen blaast, nooit afgebouwde houten schepen aan een riviermonding onder een loodgrijze hemel, begeleid door flarden Indiase muziek, stemmen. Dit ging ook over geschiedenis, je kon je voorstellen hoe er in de nu lege ruimtes met muren vol scheuren eens gezinnen woonden, vol verwachting naar de toekomst. De video is tegelijkertijd een verslag van de reis van haar vader, die ooit uit Mumbai vertrok voor een betere toekomst in een ver land.

de Appel arts centre (Boys' School) - Zarina Bhimji, Yellow Patch, 2011.

Zarina Bhimji, Yellow Patch, 2011.
(beeld uit de 35mm film)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Kunst met een boodschap

Beelden van stoere arbeiders met de blik op de toekomst gericht, de boodschap is duidelijk. Zo duidelijk dat je er niet warm of koud van wordt, hoogstens nostalgisch, ach ja, dat was vroeger. Of het beeld van een brandende kaars achter prikkeldraad,  o ja, gauw wat geld overmaken aan Amnesty en dat is het dan. Omdat je de bedoeling direct begrijpt hoef je er niet verder over na te denken. Dat maakt kunst met een boodschap vaak zo saai. Het spannende van kunst is nu juist dat je verbeelding wordt aangesproken, het raadselachtige, dat wat niet precies in woorden te vangen is. Kunst is per definitie belangeloos, stelde Kant ooit, kunst wil slechts kunst zijn, zonder enig doel, waardoor je als toeschouwer in staat bent het kunstwerk ten volle beschouwen. Dat spreekt mij wel aan, zomaar kunst, waar je je onbelemmerd aan over kan geven.  Liever dan in een kader geperste kunst: naar een thema, een manifestatie, het zoveeljarig bestaan van het een of ander.

Er zijn uitzonderingen. Zoals het werk van de Australische kunstenaar Gordon Bennett. Hij wil wel degelijk een boodschap overbrengen, maar dat doet hij op zo’n manier dat je blijft nadenken en je afvragen waarom het werk je zo boeit.  Bennett laat zien hoe het is om als Aboriginal eigenlijk niet te mogen bestaan. In een performance op video slaat hij zichzelf met een grote zweep, het gaat door merg en been, in scherpe letters staan in rode verf op een zwart fond scheldwoorden voor Aboriginals gekerfd. Als weerwoord op het monopolie van de westerse cultuur  eigent hij zich overbekende beelden uit de westerse kunstgeschiedenis toe, die hij in intrigerende beelden verwerkt. Stripachtige figuren, gebaseerd op stereotiepe representaties van aboriginal kunst, klampen zich vast of willen zich bevrijden? uit een Mondriaanraster; het ontroerende beeld van een witte Narcissus, aangeraakt door zijn zwarte evenbeeld, zijn graffiti-achtige Notes to Basquiat als commentaar op identiteit en gebeurtenissen in de wereld. Er is ook abstract werk van hem te zien, bedoeld als een hommage aan een groot schilder als Frank Stella, maar ook aan de talloze in de westerse kunstwereld onbekende aboriginal kunstenaars. Alles bij elkaar een prachtige tentoonstelling. Ook Bennett is een groot schilder.

a Dingo Stole my Baby, Gordon Bennett, 1997

a Dingo Stole my Baby, Gordon Bennett, 1997

Outsider / Insider, the Art of Gordon Bennett, in het AAMU, Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst, Oudegracht 176, Utrecht, tot 6 januari volgend jaar.

zie www.aamu.nl

Boeiende kunstenaars met een boodschap zijn er ook in het Van Abbe in Eindhoven. Er is werk van Lissitzky, de visionaire kunstenaar met zijn geloof in de toekomst van de Sovjetmaatschappij. Met zijn abstracte ‘Prounen’ (‘ontwerpen voor de bekrachtiging van het nieuwe’) stelde hij zich voorwerpen en zelfs zwevende steden in de ruimte voor. In de nieuwe maatschappij zou alles mogelijk worden.  Het werk zou door machines worden overgenomen, de mensen zouden samenwonen in speciaal voor hen ontworpen ‘cellen’ met gemeenschappelijke voorzieningen, voor iedereen was een beter leven in de toekomst weggelegd.

Sla de witten met de rode wig, 1919/1920, El Lissitzky

Versla de Witten met de rode Wig, El Lissitzky,1919

Versla de Witten met de rode Wig, El Lissitzky,1919

Daarnaast levert het echtpaar Kabakov commentaar op de door Lissitzky gepropageerde heilstaat. Met mooie tekeningen, maquettes en installaties laten ze zien hoe de idealen van de ‘nieuwe maatschappij’ in de praktijk voor hen uitpakten. Zoals de installatie van een gemeenschappelijke keuken met drie wasbakken naast elkaar. Smerige pannen in de wasbakken, op de muur een briefje : “van wie zijn deze pannen?”  Een doos met zorgvuldig beschreven rotzooi verbeeldt de in stukken uiteen gevallen utopie. Tegenover het naar de hemel reikende Monument voor een leider, het ontwerp voor een spreekgestoelte voor Lenin van Lissitsky, staat  het Ontwerp voor een monument voor een tiran van de Kabakovs. De tiran staat verloren op de rand van een plateau, achter hem een hoge lege sokkel.

Na al die jaren is de vormentaal van Lissitsky, of El Lissitsky zoals hij zich graag noemde, nog even  fascinerend. Het is de boodschap al lang ontstegen. Het is de vraag hoe lang het werk van de Kabakovs stand zal houden. Misschien als tijdsbeeld, maar kunsthistorisch?

Tentoonstelling Radically Yours! Utopie en werkelijkheid, Lissitzky – Kabakov, tot 28 maart 2013.

Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Honger naar kunst

Verbazingwekkend hoeveel mensen er op kunst afkomen. Neem de Documenta in Kassel: dit jaar waren er 860 000 bezoekers, 14 % meer dan de vorige keer. De Manifesta in Genk trok afgelopen zomer ook een record aantal mensen en het in afgelopen september geopende Stedelijk Museum in Amsterdam heeft nu al bijna het aantal bezoekers binnen waarop een heel jaar gerekend was. Je kan niet anders concluderen dan dat er een grote behoefte aan kunst is, misschien zelfs een honger naar kunst. In iedere stad staat museumbezoek nummer een op de lijst, zonder kunstmuseum telt een stad niet mee – liefst ontworpen door een wereldberoemd architect, hoe spectaculairder hoe beter. Wat trekt al die mensen naar de kunst? Om te beginnen stel ik mijzelf die vraag. Waarom wil ik zo graag naar de Documenta, naar de Biënnale  naar het Stedelijk en zo meer? Ik denk uit nieuwsgierigheid: waar komen de kunstenaars mee, waarom de keuze voor bepaalde kunstenaars en andere niet? Maar ook altijd de hoop op iets wat ik nog nooit eerder heb gezien, iets dat mij zal verrassen, iets dat ik nooit eerder heb meegemaakt.

Zoals bij de installatie van Pierre Huyghe op de afgelopen Documenta, een mysterieus braakland, twee uitgemergelde honden, een liggend naakt met een zoemende bijenkorf als hoofd.

Zonder titel, Pierre Huyghe, Documenta 2012

Ik stelde de vraag ook aan bekenden en dit waren zo’n beetje de antwoorden: om op de hoogte te blijven van wat kunstenaars tegenwoordig maken en waarom ze worden uitgekozen; omdat kunst een speciale manier is om te kijken hoe het nu met ons gaat, als cultuur of samenleving; omdat je soms ontroerd wordt, vaak verrast, soms teleurgesteld, met andere woorden, er gebeurt iets met je; omdat je weer wordt uitgedaagd vat te krijgen op iets wat niet in woorden te vangen is.

Vele filosofen hebben in de loop der tijd geprobeerd antwoord te geven op de vraag wat kunst voor ons betekent. Plato ging ooit uit van het idee dat kunst slechts een afspiegeling is van een ideale wereld; volgens Wittgenstein, vermaard om zijn taalfilosofie, behoort de kunst tot het gebied waar geen woorden voor zijn, het onzegbare; voor de pessimist Schopenhauer was kunst het enige lichtpuntje in een tragische wereld; voor weer andere filosofen is kunst onder andere een middel om de wereld te kunnen begrijpen (verstehen), in tegenstelling tot de exacte wetenschappen die de wereld voor ons verklaren (erklären).

Voor hersenonderzoeker Dick Swaab is het duidelijk. Zijn conclusie is dat onze hersenen bij het ervaren van mooie kunst de stof dopamine afgeven, waardoor wij een fijn gevoel krijgen. Niks geen filosofenpraat, het is gewoon vanwege het effect van dat chemische stofje, dat we zo graag op kunstbezoek gaan.

Kennelijk werkt mijn dopamine-afgifte op volle toeren bij het zien van de Rozenvingerige dageraad van Willem de Kooning in het Stedelijk, iedere keer weer.

Rosy Fingered Dawn at Louise Point - Willem de Kooning

Rosy Fingered Dawn at Louise Point, 1963,Willem de Kooning

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie