Categorie archief: Geen categorie

De Mont Sainte-Victoire

Het is de meest geschilderde berg uit de kunstgeschiedenis, dankzij Cézanne. Vanaf 1882 tot aan zijn dood in 1906 schilderde hij de Mont Sainte-Victoire op minstens zestig verschillende manieren. Aanvankelijk werkte hij in een impressionistische stijl met de nadruk op lichtval en atmosferische effecten, maar gaandeweg ging het hem steeds meer om de abstracte weergave van vormen en kleurvlakken.

Over zijn fascinatie voor de berg schreef hij in 1906 aan zijn zoon: ‘Hetzelfde onderwerp is voor mij zo belangwekkend en afwisselend, dat ik er geloof ik maandenlang mee bezig kan zijn op steeds dezelfde plek, door alleen wat meer naar rechts te buigen, of dan weer wat meer naar links…’ Vanuit deze obsessie ontwikkelde hij een nieuwe stijl van schilderen, die vervolgens door Picasso en Braque werd uitgewerkt tot een geheel nieuwe kunststroming: het kubisme.

Cézanne, La Montagne Saint-Victoire, collectie Barnes, 1885

Cézanne, La Montagne Saint-Victoire, collectie Barnes, 1885

Cézanne, Mont Sainte-Victoire , 1904

Cézanne, Mont Sainte-Victoire , 1904

Zoals dat gaat met kunstenaars die onbekende wegen inslaan, was er een tijd lang geen interesse voor het werk van Cézanne. Men was nog maar net gewend aan de impressionisten, en realistische schilders als Manet en Courbet met hun aanstoot gevende onderwerpen, en nu weer iets nieuws, wat stelde het eigenlijk voor…Via de vooraanstaande kunsthandelaar Ambroise Vollard in Parijs kwam het werk van Cézanne onder de aandacht van avant-gardistische kunstenaars. Matisse bewonderde vooral zijn kleurgebruik en voor Picasso vormde de manier waarop hij de zichtbare structuur van zijn onderwerp benadrukte een nieuwe inspiratiebron. Picasso noemde zichzelf graag ‘de artistieke zoon van Cézanne’. Jaren later kocht hij het kasteel Vauvenargues in de buurt van de Mont Sainte-Victoire, omdat hij naar eigen zeggen ‘fysiek bij de plek wilde zijn waar Cézanne had gewerkt’. Hij is daar nooit meer weggegaan. Zijn graf bevindt zich in de tuin van het kasteel.

Chateau Vauvenargues, foto M. van Riemsdijk, 2014

Chateau Vauvenargues, foto M. van Riemsdijk, 2014

Château Vauvenargues, foto M. van Riemsdijk, 2014

Château Vauvenargues, foto M. van Riemsdijk, 2014

Wij kenden de Mont Sainte-Victoire van ik weet niet hoeveel afbeeldingen en ‘in het echt’ van schilderijen. Gefascineerd door de fascinatie van Cézanne wilden wij deze berg nu eens met eigen ogen bekijken. Vlakbij Aix-en-Provence, op een plek waar Cézanne  vaak heeft gewerkt, keken we naar de scherpe contouren van de harde grijze berg afgetekend tegen de knalblauwe lucht van de Provence. We zagen de vlakken, de schaduwen, de veranderende lichtval bij het overtrekken van een wolk. De berg veranderde voortdurend van aanzicht. We verbeeldden ons dat we door de ogen van de kunstenaar keken. Dat is wat kunst vermag. Het was maar voor even, maar het was genoeg.

Mont Sainte-Victoire, foto Androo (Panoramio)

Mont Sainte-Victoire, foto Androo (Panoramio)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

De hoogtijdagen van de abstracte kunst

In het Cobra museum hangen ze allemaal: de drippings van Pollock, de zwarte vegen van Kline, de subtiele kleurvlakken van Rothko, de ruige collages van Burri. Het is een mooi weerzien. De grote abstracten uit de jaren vijftig, toen een sensatie, nu al sinds tijden bijgezet in de canon van de kunstgeschiedenis. Het is een feest der herkenning, maar ook gedateerd. Gewend als we zijn aan alle mogelijke soorten kunst, figuratief en non-figuratief, performances, installaties, video’s, kijken we er niet meer van op. Jammer  dat we niet meer met de ogen van toen nog eens de schok van het nieuwe kunnen ervaren. Zoals indertijd de bezoekers van het Stedelijk in Amsterdam – nog maar net bekomen van de wilde expressionistische schildertrant van Cobra – bij de eerste confrontatie met de enorme vorm- en structuurloze doeken van de Abstract Expressionisten, de Colourfield Painters en de Informelen. Het leidde tot heftige discussies. Voorstanders beschouwden het als echte avantgarde kunst, symbolisch voor de ultieme vrijheid van de kunstenaar om nieuwe wegen in te slaan, tegenstanders noemden het modieuze en nietszeggende kunstmakerij, een kwestie van ‘de nieuwe kleren van de keizer’. Alles bij elkaar was het te danken aan Willem Sandberg, de directeur van het Stedelijk, dat men toen in Nederland met de nieuwste ontwikkelingen op kunstgebied kennis kon maken. Daarna had het Stedelijk jarenlang een wereldnaam als museum van avantgarde kunst. (Zal die tijd weer komen? Onze hoop is gevestigd op Beatrix Ruf.)

Number 8, olieverf, emaille, aluminiumverf, Jackson Pollock, 1949, (86.6 x 180.9 cm) Neuberger Museum of Art, Purchase College, State University of New York,

Number 8, olieverf, emaille, aluminiumverf, Jackson Pollock, 1949, (86.6 x 180.9 cm) Neuberger Museum of Art, Purchase College, State University of New York,

Abstracte kunst was lange tijd richtingbepalend in de kunstwereld. In Amerika waren het de toonaangevende recensenten Clement Greenberg (“ De Abstract Expressionisten hanteren een abstracte beeldtaal met een emotioneel geladen verfbehandeling, zonder referentie naar de buitenwereld”) en Harold Rosenberg (” Het doek is geen representatie maar een voortzetting van de geest van de kunstenaar”), die zorgdroegen voor een theoretische onderbouwing. Mede door hun toedoen werden het Abstract Expressionisme en de Colourfield Paintings (doeken met monochrome kleurvlakken) al snel beschouwd als de belangrijkste kunststromingen van die tijd, dus ook interessant voor musea en kunstverzamelaars. De kunstenaars voeren er wel bij. Tegenwoordig brengen de Abstract Expressionisten en de Colourfield Painters astronomische bedragen op. Het schilderij Black Fire van Barnett Newman uit 1961 werd onlangs bij Christie’s in New York geveild voor 84 miljoen dollar. Dat heeft niets meer met kunst te maken.

Black Fire I, 1961, Barnett Newman

Black Fire I, 1961, Barnett Newman

De Franse kunstcriticus Michel Tapié betitelde in 1950 abstracte beeldtaal die zonder vooropgezet doel tot stand kwam en waarbij vaak gebruik werd gemaakt van toevallig voorhanden materialen als Art Informel. Tot de zogeheten Informelen behoorden onder anderen Jean Fautrier, Jean Dubuffet, Pierre Soulages, Alberto Burri, Antoni Tàpies. Over zijn manier van werken zei Soulages eens: “Als ik aan een schilderij begin weet ik niet wat ik ga maken. Ik kom pas te weten wat ik zoek als het schilderij waaraan ik bezig ben mij tijdens het werken de weg wijst”. Dat doet denken aan de jazzmuziek in de jaren vijftig, waarbij de musici ter plekke improviseerden en het resultaat afhing van de reacties van andere musici, de sfeer, de omgeving en hun eigen humeur. In hun atelier draaiden kunstenaars toen veelvuldig Charlie Parker, Miles Davis, John Coltrane om een paar te noemen. Het waren leeftijdgenoten.

Combustione Plastica, Alberto Burri, 1958

Combustione Plastica, Alberto Burri, 1958, acryl, plastic, brandvlekken

 

From the Guggenheim Collection to the Cobra Museum of Modern Art, tot 31 augustus 2014, Cobra Museum, Amstelveen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

De verstilde video’s van Bill Viola

Het zijn trage beelden, minutieus uitgesponnen bewegingen en veranderingen, alles in slow motion opgenomen. De kortste video op Bill Viola’s overzichtstentoonstelling in het Grand Palais duurt bijna zeven minuten, de langste twintig, maar door het langzame tempo lijken ze wel twee keer zo lang. Ze zijn niet geschikt voor ongeduldige mensen, maar eigenlijk zijn we dat allemaal. Want uit onderzoek is gebleken dat mensen gemiddeld niet langer dan negen seconden naar een kunstwerk kijken, bij bewegende beelden is de spanningsboog iets langer. Dat geldt ook voor mij, zeker bij grote tentoonstellingen. Ik kan maar een beperkt aantal kunstwerken aan, daarna maak ik de negen seconden niet eens meer vol. Maar je kan er niet omheen, het toverwoord is blockbusters. Ik vraag me altijd af hoeveel bezoekers echt genieten van zo’n megatentoonstelling. En wat ze zich daarna nog herinneren. Voor mij is er maar één oplossing: niet alles willen zien, al is dat niet altijd even gemakkelijk. Ik heb er een eind voor gereisd, het bijzondere werk op deze unieke tentoonstelling zal ik niet zo gauw weer zien, wie weet wat ik allemaal mis. Maar toch. Op die manier houd ik mijn blik fris en zijg ik na afloop niet uitgeput neer op de eerste de beste caféstoel.

De grote overzichtstentoonstelling van Bill Viola in Parijs bevatte in eerste instantie alle elementen die ik verafschuw (wie niet): drommen mensen, het langdurige staan, de overdaad. Maar we liepen er at random doorheen en alleen bij de video-installaties waar het minder druk was bleven we staan. Dat pakte goed uit. Zo konden we de tijd, aandacht en het geduld opbrengen om de verstilling, de verrassing en de spanning van de video’s ondergaan.

The reflecting Pool, 1977-1979, videotape, 7 minuten

In zijn werk verbeeldt Viola grote thema’s: herinnering, dromen, angsten, liefde, dood, wederopstanding. Prachtig en meeslepend uitgevoerd. Zoals de beelden van een groep reddingswerkers rond een kratermeer. De werkers hangen en leunen een beetje tegen de rotsen bij het meer. De een na de ander dommelt weg. Dan stijgt een ijle schim op uit het meer. Of het beeld van een man liggend op een tombe. Met grote druppels komt het water rondom de tombe omhoog, in een kolom van water wordt de man omhoog gevoerd. Gaandeweg verdwijnt hij in het water van de kolom.

Water is een vaak terugkerend motief in het werk van Viola. Het is een levensbron, maar brengt ook dood bij verdrinking,  het is alles vernietigend natuurgeweld;  een weerspiegeling van de wereld, of een barrière die moeiteloos doorbroken kan worden. Viola beschouwt water ook als een fysieke representatie van de andere wereld, die van ons onderbewuste, het vloeibare, grenzeloze, ongrijpbare.

The Dreamers, 2013, Video/Sound installation. Seven channels of colour High-Definition video on seven 65″ plasma displays mounted vertically on wall in darkened room; four channels stereo sound

Museum de Pont in Tilburg bezit ook werk van Bill Viola. Daar is de Reflecting Pool permanent te zien, evenals The Greeting en de uit vijf delen bestaande Catherine’s Room. The Greeting is gebaseerd op het schilderij De Visitatie van de Renaissance schilder Jacopo da Pontormo, Catherine’s Room verwijst naar het leven van de heilige Catherina. Het zijn bewegende beelden, maar ze doen net zo verstild en statig aan als de oorspronkelijke renaissance schilderijen.

The Greeting, 1995, Bill Viola, De Pont Tilburg

 

Tentoonstelling Bill Viola au Grand Palais, Parijs, tot 21 juli 2014.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie