Het is de meest geschilderde berg uit de kunstgeschiedenis, dankzij Cézanne. Vanaf 1882 tot aan zijn dood in 1906 schilderde hij de Mont Sainte-Victoire op minstens zestig verschillende manieren. Aanvankelijk werkte hij in een impressionistische stijl met de nadruk op lichtval en atmosferische effecten, maar gaandeweg ging het hem steeds meer om de abstracte weergave van vormen en kleurvlakken.
Over zijn fascinatie voor de berg schreef hij in 1906 aan zijn zoon: ‘Hetzelfde onderwerp is voor mij zo belangwekkend en afwisselend, dat ik er geloof ik maandenlang mee bezig kan zijn op steeds dezelfde plek, door alleen wat meer naar rechts te buigen, of dan weer wat meer naar links…’ Vanuit deze obsessie ontwikkelde hij een nieuwe stijl van schilderen, die vervolgens door Picasso en Braque werd uitgewerkt tot een geheel nieuwe kunststroming: het kubisme.
Zoals dat gaat met kunstenaars die onbekende wegen inslaan, was er een tijd lang geen interesse voor het werk van Cézanne. Men was nog maar net gewend aan de impressionisten, en realistische schilders als Manet en Courbet met hun aanstoot gevende onderwerpen, en nu weer iets nieuws, wat stelde het eigenlijk voor…Via de vooraanstaande kunsthandelaar Ambroise Vollard in Parijs kwam het werk van Cézanne onder de aandacht van avant-gardistische kunstenaars. Matisse bewonderde vooral zijn kleurgebruik en voor Picasso vormde de manier waarop hij de zichtbare structuur van zijn onderwerp benadrukte een nieuwe inspiratiebron. Picasso noemde zichzelf graag ‘de artistieke zoon van Cézanne’. Jaren later kocht hij het kasteel Vauvenargues in de buurt van de Mont Sainte-Victoire, omdat hij naar eigen zeggen ‘fysiek bij de plek wilde zijn waar Cézanne had gewerkt’. Hij is daar nooit meer weggegaan. Zijn graf bevindt zich in de tuin van het kasteel.
Wij kenden de Mont Sainte-Victoire van ik weet niet hoeveel afbeeldingen en ‘in het echt’ van schilderijen. Gefascineerd door de fascinatie van Cézanne wilden wij deze berg nu eens met eigen ogen bekijken. Vlakbij Aix-en-Provence, op een plek waar Cézanne vaak heeft gewerkt, keken we naar de scherpe contouren van de harde grijze berg afgetekend tegen de knalblauwe lucht van de Provence. We zagen de vlakken, de schaduwen, de veranderende lichtval bij het overtrekken van een wolk. De berg veranderde voortdurend van aanzicht. We verbeeldden ons dat we door de ogen van de kunstenaar keken. Dat is wat kunst vermag. Het was maar voor even, maar het was genoeg.




