Volgens de filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) krijgt de mens zijn zuiverste gedachten in de natuur. Ver weg van de maatschappij waar het streven naar vooruitgang slechts leidt tot onderling wantrouwen en jaloezie, hervindt de mens zijn authenticiteit in het contact met de natuur. Afgaand op zijn zuivere gevoel weet hij dan hoe te leven en te handelen. Tegenover het rationele ‘ik denk dus ik ben’ van Descartes staat het intuïtieve ‘ik voel dus ik ben’ van Rousseau, ratio versus intuïtie, het zijn kwesties die ons nog altijd bezig houden. Nog steeds gaan mijn haren overeind als iemand in een discussie zegt: “Maar ik vóel het nu eenmaal zo.” Discussie gesloten.
Het neemt niet weg dat Rousseau een belangrijk filosoof was. Hij was de bedenker van het contrat social, waarin hij de maatschappij als een samenleving van nature gelijkwaardigen beschreef. Dit manifest vormde de grondslag van de Franse grondwet. Verder heeft zijn Emile, ou l’éducation ertoe bijgedragen dat kinderen niet meer als miniatuur volwassenen werden beschouwd en hebben zijn persoonlijke ontboezemingen in de Confessions schrijvers als Balzac, Baudelaire en ook Proust geïnspireerd. Je zou kunnen zeggen dat de ideeën van Rousseau de overgang van het tijdperk van de Verlichting naar dat van de Romantiek markeerden.
Langs de A1, een kilometer of vijftig onder Parijs, staat de aankondiging van het Parc J.J. Rousseau. Omdat we ons liever aan zuivere gedachten wilden overgeven dan voort te jakkeren over de snelweg, sloegen we af. Nog geen tien minuten later liepen we door een doodstil bos, waar de ochtendzon lichtvlekken op het pad wierp, de vogels tsilpten en een zachte bries de bladeren deed ruisen. We kwamen bij een grote vijver waarlangs verschillende bouwsels, zoals de grot van de Naïaden, godinnen van bronnen en rivieren: een ode aan de bron van het leven; vanuit de grot verlaat men het donker om op te klimmen naar het licht van de kennis. Dan de tafel van de moeders, om te discussiëren over de opvoeding van de kleine Emiles, verderop de tempel van de filosofie, symbool van de menselijke kennis. De tempel is niet af, omdat ook de zoektocht naar de waarheid geen einde kent. Op de zuilen namen en uitspraken van beroemde filosofen.
Op het altaar van de rêverie, de overpeinzing, kan men zich met de hand onder het hoofd overgeven aan dromen en fantasieën. Op het eiland in het midden van de vijver staat de tombe van Rousseau, omgeven door een kring van populieren. Tijdens zijn verblijf in het park bij zijn vriend de markies de Girardin, is hij daar plotseling overleden. De tombe is nu leeg, want de overblijfselen van Rousseau werden ten tijde van de Franse Revolutie overgebracht naar het Panthéon.
Rond 1760 werd het park door de markies de Girardin aangelegd, met als doel ‘het beoefenen van de kunst van de filosofie’. Bij het ontwerp baseerde hij zich op de Engelse tuinen die veel natuurlijker waren dan de strak symmetrische Franse tuinen uit die tijd, en op de ideeën van zijn vriend Jean-Jacques Rousseau. Het werd ontworpen als een ‘parc du matin’, omdat in het heldere licht van de ochtend de bomen, de begroeiing en de bouwwerken, de ‘fabrieken van de filosofie’ dan het beste tot hun recht zouden komen.
Achter de A1 naar Parijs bevinden zich nog meer verborgen schatten. Zoals het kasteel van Chantilly, met een uitgestrekt park in de strenge stijl van Le Nôtre (die ook het park bij Versailles ontwierp), een Engelse en Chinese tuin, en een nogal verwilderd bospark met onverwachte ontmoetingen.
Zie ook:
http://www.parcsafabriques.org/erm/dErm1.htm
http://www.oise-en-famille.com/Se-depenser/Balade-nature-au-parc-Jean-Jacques-Rousseau


