Tagarchief: Jordan Wolfson

Een weerloze pop en dode machines

Een pop bungelend aan kettingen, voortgesleurd over de grond, zijn blauwe ogen die je hulpeloos aankijken. Nu en dan doet hij ze dicht, alsof het hem te veel wordt. Zijn slappe ledematen zien er geblutst uit. Met oorverdovend geraas vallen de kettingen op de grond, en dan wordt de pop weer willoos omhooggetrokken. Keiharde muziek, Percy Sledge met ‘When a Man Loves a Woman’.  Ik krijg medelijden met de pop. Een machteloos, weerloos wezen, overgeleverd aan anoniem machinegeweld. Tegelijkertijd voel ik ook een aversie tegen die slachtofferpop, met zijn starre grijns op dat onnozele stripfiguurhoofd. Heel verwarrend.

Het is recent werk van Jordan Wolfson (1980) afkomstig uit New York. In een paar jaar tijd kreeg hij grote bekendheid met zijn werk waarin hij put uit de reclame industrie, populaire cultuur en internet. Verderop is in een met wit tapijt beklede zaal een video te zien, waarop een rood bloedlichaampje zweeft over de beelden van zomerse mensen op straat, een strakke meubeltoonzaal, Jordan Wolfson zelf als plagerige punker in het Luxembourg in Parijs. Wat je ervan moet denken? Geen idee. Het is grappig maar ook onheilspellend.

Na het kabaal van de installatie van Jordan Wolfson is het erg stil in de zalen met honderden machines van Jean Tinguely (1925-1991). Heel even hoor je ergens wat piepen, knarsen en dan is het weer doodstil. Al die machines samengesteld van oud ijzer, stukken hout, ijzerdraad, fietsbellen, alles van de schroothoop, ooit maakten ze een geweldige herrie, maar dat is allang verleden tijd. Ze staan er bij als skeletten, opgedolven uit het kerkhof van de jaren zestig. De filmpjes over de tentoonstellingen Bewogen Beweging uit 1961 en Dylaby uit 1962 in het Stedelijk Museum doen verlangen naar die tijd toen bezoekers kunstwerken zelf mochten aanraken en in beweging zetten, het was een keet van jewelste, en iedereen had het reuze naar zijn zin. De tentoonstelling van nu is kunsthistorisch volkomen verantwoord, maar dodelijk saai. Jammer van de machines van Tinguely, die vooral bedoeld waren als kritiek op een keurig geordende maatschappij. Nu staan ze daar, netjes onderhouden en gecatalogiseerd. Groepen scholieren lopen rond met vragenlijsten over de tentoonstelling. Hebben ze enig idee van de vrolijke gekte van die tijd?

Jean Tinguely, Gismo, 1960, coll. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Gert Jan van Rooij

Jean Tinguely, Gismo, 1960, coll. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Gert Jan van Rooij

Het werk van Tinguely is de herinnering aan een speelse wereld, een tijdperk van optimisme, de wereld kon alleen maar beter worden, maar het is duidelijk verleden tijd; het werk van Wolfson laat geweld zien, en dreiging vermomd als luchthartigheid, helemaal van deze tijd. Bedoeld of onbedoeld, vullen de twee tentoonstellingen elkaar erg goed aan.

Jordan Wolfson, Manic/Love/Truth/Love, Stedelijk Museum Amsterdam
Part 1: MANIC / LOVE – Nov 27, 2016 – Jan 29, 2017
Part 2: TRUTH / LOVE – Feb 18, 2017 – April 23, 2017

Jean Tinguely, Machinespektakel, Stedelijk Museum Amsterdam, tot 8 januari 2017

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen