Categorie archief: algemeen

Slow Art

Het wordt weer zomer en de grote kunstmachine draait op volle toeren: de Biënnale in Venetië en Athene, de Documenta in Kassel, de Skulptur Projekte in Münster, de KunstRai, artfairs, open atelierdagen, het kan niet op. We gaan er heen, we willen het allemaal zien, we willen op de hoogte blijven, we moeten er iets van vinden, ja, ik ook. Het is veel en aan het eind weet je eigenlijk niet precies meer wat je allemaal hebt gezien (gelukkig kan je alles nazoeken in de catalogi). Het is druk, je aandacht wordt voortdurend afgeleid, je blijft niet te lang kijken want je moet verder, er is nog zoveel te zien, de tijd dringt. Waarom er dan toch heen? Want je weet maar nooit… altijd is er de hoop op dat ene, unieke, kunstwerk dat je altijd zal bijblijven. Als je niet gaat weet je zeker dat je het niet zult zien.
Als tegenwicht wordt het misschien tijd voor een slow-art beweging, naar analogie van de slow-food beweging, die zich toelegt op het met aandacht nuttigen van zorgvuldig geproduceerd en toebereid voedsel, in niet te grote hoeveelheden. Zo zou je ook kunst tot je moeten nemen, in kleine hoeveelheden, met veel tijd en aandacht. Een tentoonstelling in het kader van de slow art, zo stel ik me voor, bestaat uit een beperkte keuze uit het oeuvre van één kunstenaar, met hoogstens vier à vijf bezoekers in de tentoonstellingsruimte. Of een enkel kunstwerk, dat kan ook. En verder, een slow-art tentoonstelling duurt minstens zes maanden. Of nog beter, altijd.

Zoals in het museum van moderne kunst in Bologna, met een verdieping geheel gewijd aan het werk van Giorgio Morandi (1890-1964 . Hij schilderde reeksen potten, vazen en flessen op kleine doeken, soms ook uitzichten vanuit zijn kamer in Bologna en zijn buitenhuis in de heuvels bij de stad. Het grootste deel van zijn schildersleven waren dat zijn onderwerpen. Zijn stillevens zijn eindeloze variaties op hetzelfde thema, in vage ondefinieerbare tinten, en het is alsof er altijd een licht waas overheen ligt. Het is de geschilderde lucht die op ieder schilderij al naar gelang de tijd van de dag, heel subtiel, haast onmerkbaar, van kleur verandert. Wij waren daar de enige bezoekers.

Giorgio Morandi, stilleven 1956

Giorgio Morandi, stilleven 1956

Voor een schilderij van Morandi kan je ook dichter bij huis terecht. In museum Voorlinden in Wassenaar hangt een werk van hem. Het valt een beetje weg in de grote hoeveelheid andere kunstwerken en ook de protserige vergulde lijst doet het geen recht. Maar als je ervoor staat vergeet je de rest.

In de Oude Kerk in Amsterdam is nu een enkel kunstwerk dat de hele ruimte vult. De oude grafstenen vloer in de kerk is bedekt met rechthoekige stukken goudkleurige folie, dat in het binnenvallende licht uit de hoge ramen de wanden en het hoge houten gewelf een gouden glans verleent. Het zijn reddingsdekens, aan de ene kant goud voor de warmte, aan de andere kant zilver om af te koelen. Ze worden gebruikt voor sportlieden en voor drenkelingen. Het is een mooi symbool voor deze kerk, waar ooit gebeden werd voor een behouden terugkeer van zeelieden. Maar nu, hoe kan het anders, denk je aan de drenkelingen die nog steeds iedere dag aanspoelen. En ook aan de doden van lang geleden, nu liefdevol bedekt.

Oude Kerk, Sarah van Sonsbeeck, 2017, foto Gert Jan van Rooij

Oude Kerk, Sarah van Sonsbeeck, 2017, foto Gert Jan van Rooij

MAMbo, via Don Minzoni 14, Bologna

Museum Voorlinden, Wassenaar

Tentoonstelling Sarah van SonsbeeckWe all come on different ships, but we’re in the same boat,  in de Oude Kerk, tot 17 september 2017

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Dingen in Amsterdam Zuid

Amsterdam Zuid, richting Zuidas, heeft er weer een kunstplek bij. Voor de kunst kan je nu ook terecht in de kapel van een voormalig klooster aan het Beatrixpark. Eigenlijk stond het klooster, een lelijk bouwsel uit de jaren zestig, op de nominatie om gesloopt te worden. Dankzij de inspanningen van een buurtcomité dat toch nog genoeg mogelijkheden zag, is het behouden gebleven. Goed gezien, want het is een fijne plek geworden, met een restaurant en buitenterras aan het water. Van buiten doet de ronde doos van de tot Art Chapel omgedoopte kapel denken aan een verdwaalde UFO van lang geleden. In de grote ruimte binnen zorgen de rondom hoog geplaatste ramen en de koepel voor een perfecte lichtinval. De kapel werd indertijd door de architect Lau Peters ontworpen naar voorbeeld van de bedevaartkapel van Le Corbusier in Ronchamp.

Art Chapel interieur

Chapelle Notre Dame du Haut, Ronchamp, France, 1950 - 1955

Chapelle Notre Dame du Haut, Ronchamp, France, 1950 – 1955

Chapelle Notre Dame du Haut, Ronchamp, France, 1950 - 1955

Chapelle Notre Dame du Haut, Ronchamp, France, 1950 – 1955

In de kunstkapel is op het ogenblik een tentoonstelling met werk van Woody van Amen, Ni Haifeng, David Jablonowski, Jan Roeland, Maria Roosen, Leo Vroegindeweij en Ina van Zyl. Stuk voor stuk gerenommeerde kunstenaars, maar qua leeftijd en manier van werken een zeer divers gezelschap. Maarten Bertheux, oud-conservator van het Stedelijk Museum, bracht ze samen onder de titel Dingen, onder verwijzing naar de readymades van Duchamp en de waarde die de maatschappij en wijzelf aan objecten toekennen. Knap bedacht, want dat maakt van de tentoonstelling toch een samenhangend geheel. Van Woody van Amen (80 jaar) die al sinds de jaren zestig pop-art achtige objecten en assemblages maakt, zijn er bijvoorbeeld een soort martelwerktuigen, samengesteld uit afgedankte afslank- en massage apparaten, bedoeld als ironisch commentaar op onze consumentenmaatschappij. Uit het zitje van een die apparaten steekt een scherpe punt. Iets heel anders zijn de stillevens van Ina van Zyl (1971 Zuid Afrika) van een enkele bloem, een schelp, een glas. Zij werd vooral bekend vanwege haar schilderijen van uitvergrote lichaamsdetails, voeten, tenen, nagels, een tong, een strakgespannen slip. Zeer realistische afbeeldingen, maar die door de grootte van de details en naargeestige achtergrondkleuren ook iets spookachtigs krijgen.

rosy

Rosy (olie op doek), Ina van Zyl, 2006

Dan is er de stapel Delftsblauwe borden, waarmee Ni Haifeng (1964, China) iets wil zeggen over de macht van producenten. In de zeventiende eeuw werd het Delftsblauw gekopieerd van Chinees porselein, maar in onze tijd wordt het kopiëren door China van onze producten met alle mogelijke middelen bestreden. In 2012 maakte Ni Haifeng voor de Manifesta in Genk een gigantische waterval van resten stof, afkomstig uit Chinese fabrieken waar de spotgoedkope kleding voor het Westen wordt geproduceerd. Daar vond ik het een van de meest indrukwekkende installaties.

Erg mooi zijn de schilderijen van Jan Roeland (1935-2016), strakke  kleurige vormen gebaseerd op alledaagse objecten zoals een envelop, een bril, een passer; verder veranderde Maria Roosen (1957) gewone gebruiksvoorwerpen in glazen kunstwerken met een spirituele betekenis. Wat David Jablonowski (1982, Duitsland) met plastic sheets vol Chinese tekens op een soort design display wilde vertellen werd mij niet duidelijk. Het had met communicatie te maken, dat wel. Ook ontging mij de bedoeling van de gipsen Atlasfiguur met zijn kop in een betonmolen van de beeldhouwer Leo Vroegindeweij (1955). Oude dingen die tot iets nieuws worden vermalen?

De verbeelding van alledaagse objecten in de kunst is niet nieuw. In de achttiende eeuw schilderde Chardin (1699-1779) al stillevens van huis-tuin- en keukenspullen. In in de jaren vijftig en zestig kwam de pop-art met tot kunstwerken getransformeerde alledaagse beelden, zoals soepblikken, vlaggen, winkelwagens. Voor de ware kunstenaar is geen enkel voorwerp te min. Ook een massage toestel niet.

Dingen, tot 2 april in de Art Chapel, Prinses Irenestraat 19 (aan het Beatrixpark), open van woe. tot zo. van 12 tot 17 u. 

 

 

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Voor wie zijn galeries eigenlijk bedoeld?

Om te weten wat er zoal aan hedendaagse kunst wordt aangeboden, bezoek ik wel eens een galerie. Toch, voordat het zover is, moet ik elke keer weer een flinke dosis tegenzin overwinnen. Waarom?

Meestal gaat het zó: eerst moet je bij de galerie aanbellen, gewoon binnenlopen is er niet bij. Je vraagt je af of ze wel open zijn, of het wel kan. Ja, je mag naar binnen. Vervolgens sta je in een grote witte ruimte, overal en altijd die kille witte ruimtes, het is doodstil, vaak ben je de enige bezoeker. De persoon die open deed  zit alweer achter de computer. Je loopt stilletjes langs de kunstwerken, de vloer kraakt een beetje, als dat maar niet stoort. Je zou best wat meer van de kunstwerken willen weten, soms ligt er een lijst met titels en prijzen van de kunstwerken, de namen van de kunstenaars, soms ook niets. Als je durft spreek je de persoon achter de computer aan, die heel aardig en bereidwillig blijkt te zijn, maar zegt niet veel van de kunstenaars weten. Je krijgt een blad met titels en prijzen van de kunstwerken, namen van de kunstenaars.

Ik wil maar zeggen, galeriebezoek is niet altijd makkelijk. Ik vraag me af voor wie galeries eigenlijk bedoeld zijn. Niet voor iemand als ik, iemand die puur uit belangstelling komt kijken, denk ik. Voor wie dan wel? Vrienden en kennissen van de kunstenaars en galeriehouder? Voor kapitaalkrachtige kunstkopers?

Onder de titel Nieuw Amsterdams Peil tonen verschillende galeries op het ogenblik werk van een groep dezelfde kunstenaars, bijeengebracht en opgesteld door een speciale curator. Een goed initiatief leek mij, zo krijg je een breder overzicht van het werk van een paar kunstenaars tegelijk en wie weet is het allemaal wat publieksvriendelijker dan anders. De deelnemende galeries zijn ook vaker open, van dinsdag tot en met zondag. Met vlaggen en pijlen in de straat zie je waar je moet zijn en in sommige galeries kan je zomaar binnenlopen. Er zijn nogal wat video’s, onder andere van Pauline Oltheten, over gewone mensen op straat, een vrouw op een Grieks eiland die de stoep aanveegt, een paar vluchtelingen slenteren voorbij, een dikke man doet oefeningen aan de leuning van een bank waarop in grote krasletters het woord Kapitalism, straatbeelden die voorbij komen alsof je zelf ergens op een bankje zit te kijken, of de video Practicing Foreign Languages van Dina Danish, over een vrouw die letterlijk woorden uitspuugt en over galeriebezoekers die commentaar krijgen alsof het gaat om een voetbalwedstrijd (erg grappig), foto’s van het originele manuscript van Das Kapital dat op een veiling een kapitaal moet opbrengen (de foto’s zelf kosten € 20.000, ex VAT 10%), zijn geestig. Maar dan, het merendeel van de kunstwerken behoeft echt meer informatie dan alleen de titel, de naam van de kunstenaar en de prijs. Wat is bijvoorbeeld de bedoeling van het gedeeltelijk schuin afgesneden boek Ulysses (Dora Garcia, Ulysses, 2009, € 1200 ex VAT 21%)? Of de prints van een serie schaduwhanden (Antonis Pittas, Shadows for Construction #1, € 2000)? Een doorgezaagd zeilschip, een pick-up met een grammofoonplaat? En zo meer. Of is iedereen op de hoogte behalve ik? Waarom niet meer uitleg, waarom niet iemand die iets komt vertellen voor deze speciale gelegenheid? Jammer.

Bij Fons Welters een mooie installatie van grote kleurige doeken waar je doorheen moet zigzaggen. Hier zegt de titel Impenetrable (Europe) wel genoeg.

Impenetrable, 2013, Otto Berchem

Impenetrable, 2013, Otto Berchem

Nieuw Amsterdams Peil – Where Do We Go From Here, tot 25 februari 2017

De deelnemende galeries. Klik op de naam voor de website.

Annet Gelink Gallery, Laurierstraat 189, Amsterdam

Ellen de Bruijne Projects, Rozengracht 207 A, Amsterdam

Gallery Stigter van Doesburg, Elandstraat 90, Amsterdam

Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam

tegenboschvanvreden, Bloemstraat 57, Amsterdam

Martin van Zomeren, Hazenstraat 20, Amsterdam

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen